Studebaker John & The Shakedown Cadillacs
Banana Peel, Ruiselede - 30 maart 2026

Op 30 maart zakten we nog eens af naar de Banana Peel in Ruiselede, ditmaal echter niet om een of andere nieuwe jonge snaak aan het werk te zien. Op de planken stond immers de 73-jarige bluesveteraan John Grimaldi, beter bekend als Studebaker John. Voor ons persoonlijk was geleden van de Belgian Blues Night ’91 in Brugge dat we de man nog aan het werk zagen. Zijn mini-tournee door België en Nederland was dan ook de uitgekiende gelegenheid om de unieke en authentieke stijl van de man nogmaals te aanschouwen. De Hawks – zijn begeleidingsmuzikanten in de VS – maakten de reis over de grote plas niet mee maar het tourmanagement voorzag het meer dan degelijke alternatief onder de vorm van Shakedown Tim op gitaar, Chris Forget op bas en Koen Van Peteghem aan de drums. Het kersverse uitgebrachte album 'Jumpin’ From Limb To Limb’ vervolledigde het plaatje en alles was klaar voor een avondje authentieke blues.

John Grimaldi is opgegroeid in Chicago en hij heeft geplukt uit het oeuvre van de vele grootmeesters zoals Muddy Waters, Hound Dog Taylor, J.B. Hutto en Howlin’ Wolf. Een aantal onder hen zag hij nog in levende lijve bij het begin van zijn artistieke loopbaan. Als je echter zijn talrijke albums beluistert, dan vallen twee dingen op. Zijn oeuvre heeft een zeer heterocliet karakter en hij heeft niet alleen gekopieerd van de grootmeesters, maar hij heeft er ook zijn eigen ding mee gedaan.

Studebaker John begint zijn optreden met een reeks van zes nummers uit zijn nieuw album, achtereenvolgens de snelle boogie ‘Shake That Thing’, de midtempo-shuffle ‘Sho-enuff Did’, het swingende ‘Do It Like You Should’, het ‘That's What (The Blues Is)’ met een meeslepende New-Orleans beat, het door Muddy Waters geïnspireerde ‘Well Allright’ en een 'two-chord vamp' ‘Wig Headed Woman’. Doorheen de verschillende nummers weerklinkt Johns indringende, nasale stemgeluid. Zijn leeftijd speelt hem hier geen parten. Wellicht zal zijn gezonde levenswijze hier ook niet vreemd aan zijn. Waar de leeftijd zich wél laat zien, zijn zijn knokige vingers, vermoedelijk een erfenis van zijn werk in de bouwsector, voor hij professioneel muzikant werd. Maar die beletten hem niet om een heel eigen stijl op de gitaar neer te zetten. Hij bespeelt een niet nader te identificeren gitaar, naar verluidt gekocht voor een luttel bedrag in een pandjeshuis. Zowel de gitaar als Johns manier van spelen zijn minimalistisch, maar wat een impact! Ofwel speelt hij met een muntstuk dat dienst doet als plectrum – zo kennen we nog een zekere Billy Gibbons, die dat ook doet – ofwel moffelt hij het weg in zijn handpalm en betokkelt hij de snaren met de vingers. Dit laatste voornamelijk voor zijn scheurende slidewerk, waarin hij excelleert. Johns gitaar is trouwens gestemd in open E, in plaats van de voor slidegitaristen meer gebruikelijke open D of G. Van daar zijn ongebruikelijk ogende vingerzettingen.

Om de eerste set af te sluiten, krijgen we nog een potige Chicago-shuffle, ‘I’m Ready To Rock’ met vele accentverschuivingen in het gesyncopeerde ritme, het door Howlin’ Wolf geïnspireerde ‘Smokestack’ en de snelle Chicago-shuffle ‘Nothing But Fun’. Telkens weer exponenten van Johns stijl waarin hij blijk geeft van authentieke inspiratie en het magistraal beheersen van het opbouwen van spanning, om die daarna vakkundig terug neer te zetten. Maar ook de begeleidingsmuzikanten zijn natuurlijk niet de eerste de beste. Tim Ielegems valt begrijpelijkerwijze het meest op met zijn adequate ritmegitaar en daar waar nodig enkele snedige solo’s. Ook Koen en Chris ondersteunen de songs van John op een passende en gevarieerde wijze. Ze hebben vooraf gerepeteerd maar bassist Chris Forget vertrouwt ons toe dat er per optreden toch altijd wel een paar verrassingen uit de boom komen vallen, onder de vorm van niet voorziene nummers of een gewijzigd arrangement.

Na de pauze gaat het eerst verder met ‘Ride With Me Baby’. Ja, John heeft wel iets met auto’s, niet in het minst zijn eigen vintage Studebaker. Nu ja, het hangt er natuurlijk van af wat hij echt bedoelt met “riding with my baby”. Voor dit nummer haalt Koen de borstels boven, terwijl John voor het eerst zijn chromatische harmonica te voorschijn tovert om er een paar veelzijdige riedeltjes uit te toveren. Het merendeel van de nummers speelt hij echter op een diatonische mondharmonica. Die is samen met zijn vintage 'bullet' microfoon op een 'custom made' microstand gemonteerd, zodat John tegelijk gitaar en mondharmonica kan spelen. Denk bij de combinatie van mondharmonica en gitaar dan maar niet aan het eerder friele harmonicageluid van bijvoorbeeld Neil Young of Bob Dylan, die een harmonicarekje rond de nek gebruik(t)en. Hier spreken we van een flink uit de kluiten gewassen harmonicasound met een met een zuivere, doordringende toon. Door de mondharmonica op die steun te plaatsen, moeten wel alle klankschakeringen met de mond en de ademhaling worden gecreëerd, terwijl de handen aan de gitaar gekluisterd liggen. En dan heeft John twee opties: ofwel unisono met de gitaar dezelfde melodielijn spelen op de harmonica, ofwel twee gescheiden partituren volgen. Eerlijk gezegd, we weten niet wat het moeilijkste is. U zal het begrepen hebben, hij kent er wat van.

De tweede set bestaat daarna voornamelijk uit nummers uit zijn vroegere albums, waarbij shuffles, boogies, rockers à la Chuck Berry of trage nummers elkaar opnieuw afwisselen. We pikken er een paar nummers uit, die ons zijn bijgebleven. Eerst denken we aan ‘Up & Down The Line Again’ met een haast bezwerende gitaar- en mondharmonicariff waarbij de drummer de hele song met de maracas begeleidt. Een tweede nummer uit het album 'Eternity's Descent' zorgt voor een kippenvelmoment: John brengt het zeer persoonlijke ‘(Just Trying To Live) My Life’ op een indringende wijze. Na alle snelle nummers snijden de harmonica en de zang van deze ballade door merg en been. Tenslotte nog een vermelding over een song uit het album 'Kingsville Jukin'', ‘Howlin’ In The Moonlight’. John trekt weer volop de kaart van 'tension and release' en slaagt er zelfs in om het publiek te laten mee-howlen, weliswaar niet met volle overgave. Ja, Johns muziek is niet altijd van de meest toegankelijke en het vergt enige tijd om zijn stijl echt te appreciëren. Maar het is zoals een goed glas bordeaux of een glas trappist. Daar moet je ook de tijd voor nemen. Oei, zeiden we niet dat John er een gezonde levensstijl op nahoudt en dat hij geen druppel alcohol drinkt...

Voor ons was het een geslaagd optreden, als onderdeel van een al even geslaagde tournee, waarvan praktisch alle optredens uitverkocht waren. Moet er nog zand zijn?

Kris Herrebout



reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout