Zaterdag
30 mei stond in het teken van
twee muzikale evenementen:
Duvelblues vierde zijn
dertigste verjaardag, terwijl
de Koningin Elisabethwedstrijd
aan zijn 75ste editie toe was.
In Puurs stonden ook wat
violen op het programma, maar
daar hield de vergelijking dan
ook op. Andere setting, andere
muziek en ander opzet, hoewel
de muziek in beide gevallen
centraal blijft. Zoals
gewoonlijk krijgen we op het
duivelse festival een
gevarieerd programma
voorgeschoteld met heel wat
gekende namen. Alleen de
weergoden konden nog roet in
het eten gooien, nadat in de
ochtend de straten in
Vlaams-Brabant reeds op veel
plaatsen blank stonden door
een aantal hevige onweders.
Hoe dan ook, het festival is
prima georganiseerd en twee
stevige tenten moeten in
noodgevallen voor de nodige
beschutting zorgen.
Als eerste staat
PD Martin met zijn band
op het programma in de grote
tent. Stilaan behoort hij tot de
vertrouwde gezichten in de
Belgische bluesscene. Wie meer
wil weten over de achtergrond
van de man, verwijzen we met
plezier door naar het interview
in het meest recente nummer van
ons tijdschrift (BTTR 135). We
vermelden hier enkel dat hij in
2024 met zijn band de Belgian
Blues Challenge won en België
achtereenvolgens
vertegenwoordigde op de European
Blues Challenge en de
International Blues Challenge in
Memphis. Zoals gewoonlijk
krijgen we een aangename mix van
voornamelijk funkblues met af en
toe een shuffle of een slow. Het
nummer 'Access Denied' geeft een
vooruitblik op het nieuwe album
dat in oktober verschijnt. De
band bestaat nu reeds een aantal
jaren en dat kan je merken. Piet
Vercauteren heeft duidelijk aan
podiumervaring gewonnen en de
band zet een gedegen,
evenwichtige sound neer met
opvallende bijdrages van
toetsenist Hein Mandos en
bassist Joris Holderbeke.
Over naar de
kleine tent waar het
Texaans-Nederlandse duo Dede
Priest & Johnny Clark
ons opwacht. Ze spelen hier in
een minimalistische bezetting,
waarbij Dede met haar heldere en
krachtige stem een mix brengt
van blues, soul en gospel. Ze is
afkomstig uit Texas, studeerde
filosofie aan de universiteit in
Austin en van daar was de sprong
naar de lokale bars zoals
Antone's niet zo groot. Naast de
gitaar bespeelt ze met een
zwierige stijl de viool. Niet
alleen zwierig maar ook bluesy,
waarbij ze met veel glijdende
noten de technieken van de
bluesgitaar imiteert. Als je het
ons vraagt is dit niet zo
geschikt voor het Paleis voor
Schone Kunsten in Brussel maar
des te meer op zijn plaats op
Duvelblues. Met de gitaar kan ze
ook overweg, technisch niet van
het hoogste niveau maar wel
doeltreffend, zeker als ze de
gitaarlijn parallel meezingt.
Echtgenoot Johny Clark zorgt
steevast voor een no-nonsense
begeleiding waarbij hij af en
toe de slide bovenhaalt of de
zangpartij voor zijn rekening
neemt. Maar de zang blijft het
uitverkoren speelveld van Dede
zoals in de opvallende eigen
compositie 'Whisper &
Whistle'.
Met The
Buttshakers krijgen we
vervolgens in de grote tent een
andere dame te zien. De uit
Amerika afkomstige soulzangeres
Ciara Thompson woont reeds een
vijftiental jaar in Frankrijk.
De band zelf bestaat uit Franse
musici uit de streek van Lyon.
Naast een ritmesectie en de
gitarist krijgen we er een
blazerssectie bovenop
(schuiftrombone en baritonsax).
Samen brengen ze een energieke
mix van rhythm-and-blues, funk
en soul. De gedreven frontvrouw
met haar enigszins rauwe stem is
een echte spring-in-'t-veld. De
band heeft een lekker swingende
sound dankzij de hechte
ritmesectie, de blazers en een
gitarist die op adequate wijze
begeleidt of soleert. Bij
momenten doet de band denken aan
die andere Franse soulband,
Malted Milk, of als de gitarist
de funky toer à la Jimmy Nolen
opgaat, dan lijkt het even alsof
er een vrouwelijke James Brown
op het podium staat. De
temperatuur in de tent stijgt
letterlijk en figuurlijk, ook al
zijn er reeds een aantal
zijpanelen losgemaakt. Naar het
einde toe wordt het optreden wat
minder strak – je zou voor
minder – maar het publiek blijft
genieten van deze wervelende
show. Talrijke fans komen dan
ook na het optreden naar de
platenstand voor een kiekje met
Ciara.
Na deze
wervelwind gaat het er met de
volgende act in de kleine tent
een stuk rustiger aan toe, maar
daarom niet minder interessant,
althans voor wie houdt van een
beetje achtergrondinformatie bij
onze geliefkoosde muziek. Victor
Wainwright staat met zijn
voltallige band als top of the
bill geprogrammeerd, maar in de
namiddag serveert hij ons reeds
een voorproefje. Solo met enkel
zijn piano vergast hij ons op
een beknopte historische tocht
doorheen de geschiedenis van de
piano in de bluesmuziek.
Afwisselend krijgen we een
woordje uitleg en een passende
illustratie op de piano. De
tocht vertrekt van de 'lumber
camps' en brengt ons via 'juke
joints' en 'barrelhouses' naar
de bluesclubs van Chicago. Naar
eigen zeggen leerde hij piano
spelen van zijn grootvader en
zingen en optreden van zijn
vader. We kunnen alleen maar
vaststellen dat hij goed heeft
opgelet tijdens deze lessen.
Verschillende schakeringen van
de boogiepiano passeren de revue
maar ook de klassieker 'High
Blood Pressure' van Huey 'Piano'
Smith komt aan bod, inclusief
het meezingen door het publiek.
Victors diepe maar duidelijke
stem komt hem ook goed van pas,
zowel bij zijn aanstekelijke
manier van vertellen als bij de
zang. Dit is alvast een goede
inleiding op het slot van de
avond.
Over terug naar
de grote tent waar de zwaardere
kalibers ons opwachten. John
Németh steekt onmiddellijk
van wal met de stevige rocker
'Deprivin' A Love', gevolgd door
een countryrockversie van 'Maybe
The Last Time' en de uptempo
shuffle 'I'm A Country Boy'.
John wordt begeleid door niemand
minder dan Fabrice Bessouat
(drums), Antoine Escalier (bas)
en Sean 'Mack' McDonald op
gitaar. Tijdens het optreden van
de Buttshakers stond deze
laatste tussen het publiek al
gezellig mee te genieten. In het
begin van het optreden klinkt de
band soms ietwat rommelig – de
muzikanten zoeken elkaar een
beetje – en Johns mondharmonica
klinkt bij momenten een beetje
schriel. Sean McDonald krijgt
reeds vroeg in de show met een
slowblues zijn solomoment. Maar
ook als begeleider vult hij zijn
rol gretig in, soms een beetje
te gretig. Zo hebben we hem
ondertussen al een beetje leren
kennen. Hoe dan ook, de man
heeft talent. Naarmate het
optreden vordert, valt het
geheel in zijn plooi. Johns stem
en mondharmonica komen er beter
door en de
begeleidingsmuzikanten hebben
elkaar goed gevonden. Alles
terug op een rijtje voor een
intense set blues en soul,
waarvan het publiek geniet met
volle teugen.
In de kleine tent
is ondertussen de tweede
Belgische act van de dag zich
aan het klaarmaken. De tent zit
afgeladen vol maar ook op het
podium is het drummen. Roland
en Cabana Belgicana
staan en zitten in totaal met
zijn zevenen op het krappe
podium. Het optreden bestaat
hoofdzakelijk uit een mooie
aaneenschakeling van country-
en/of 'americana'-nummers.
Roland komt er af en toe door
met zijn klassiekers zoals
'Jelly Roll'. Hij verliest soms
een beetje de draad maar de hem
omringde excellente musici
vangen dit naadloos op. Het
publiek dat duidelijk uitkeek
naar dit optreden, is in zijn
nopjes. Alhoewel dit een
uitstekend optreden is, hebben
we het er persoonlijk een beetje
moeilijk mee. Het lijkt ons een
beetje onwezenlijk dat de act
met het hoogste gehalte aan
'boem-tsjikke-boem' en het
laagste bluesgehalte
proportioneel gezien het meeste
succes haalt, en dat uitgerekend
op een bluesfestival. Maar laten
we vooral niet vergeten dat het
publiek dit optreden terecht
zeer waardeert en dit is per
slot van rekening wat belangrijk
is voor een organisator.
Ondertussen krijgt het
festivalterrein een lokaal
onweer met heel stevige
hagelballen te slikken. Gelukkig
is er geen schade maar als we de
volgende dag de beelden op het
journaal zien, dan beseffen we
dat we aan iets zijn ontsnapt.
Je mag er niet aan denken dat
zoiets op een openluchtfestival
gebeurt...
Met Justina
Lee Brown gaat het daarna
in de grote tent een heel andere
richting uit. De uit Nigeria
afkomstige zangeres woont reeds
geruime tijd in Zwitserland.
Haar muziek is een mengeling van
blues, soul en funk, gedrenkt in
Afrikaanse ritmes en vibes. Met
haar jongste project 'Echoes Of
Home' gaat ze trouwens nog meer
de Afrikaanse toer op. Haar set
wordt dan ook een afwisseling
van vroegere, Engelstalige
nummers en nieuwe nummers, die
Justina zingt in een van de vele
talen van haar geboorteland. Met
het openingsnummer 'Aramide' is
de Afrikaanse vibe onmiddellijk
sterk aanwezig terwijl het
verder gaat met het funky 'I'm
On My Way To You'. De
percussionist David Stauffacher
kleurt die verschillende ritmes
mooi in. Maar ook tragere
nummers komen aan bod, zoals het
mooi gezongen 'Dariji', wat
zoveel betekent als
'vergiffenis'. Bij dit nummer
laat de gitarist zich opvallen
met mooi opgebouwde solo. Dit is
trouwens een uitstekende band
met veel drive. Door haar
gebruik van de inheemse taal is
de set van Justina niet altijd
zo toegankelijk. De intensiteit
van haar optreden en de manier
waarop ze haar stem met vele
blue notes gebruikt, geven
echter aan waarom je een
belangrijk deel van de wortels
van de blues terug naar Afrika
kan traceren. En zo krijgt 'back
to the roots' wel een heel
speciale dimensie.
Diverse genres komen dit jaar
aan bod op Duvelblues en als er
dan toch een zekere rode draad
doorheen deze editie loopt, is
het de aanwezigheid van drie
zwarte dames die met de micro in
de hand de honneurs waarnemen.
Je moet het hen toegeven: met
hun zwarte stem zingen ze op een
andere, bijna onnavolgbare
wijze. Daarenboven gaan ze alle
drie sociale en politieke
thema's niet uit de weg in hun
songs en bindteksten. Ook dit is
een terugkoppeling naar de
oorspong van de blues. Als je
ons vraagt wat er is bijgebleven
van het festival, dan is deze
rode draad een deel van het
antwoord.
Dom Martin
mag in de kleine tent de
debatten sluiten met een
akoestische soloset. Of hij de
echte troonopvolger van Rory
Gallagher is, laten we hier in
het midden – er zijn wel meer
pretendenten. Dat hij echter met
een akoestische set zijn
mannetje kan staan, mag wel
duidelijk zijn. Voor een
aandachtig publiek laat hij zijn
vingers op een virtuoze manier
over zijn fretboard glijden.
Zijn stem komt hier ook beter
tot zijn recht dan in het
powertrioformaat. De
toeschouwers onthalen zowel de
covers als het eigen materiaal
met veel waardering. Dit is Dom
Martin niet ontgaan en hij
bedankt dan ook uitvoerig zijn
publiek op het einde van deze
aangename set. Ook bij deze act
kunnen we ons niet ontdoen van
de indruk dat de meer intiemere
optredens in de kleine tent,
proportioneel gezien, het meeste
volk kunnen bekoren. Maar zo
komt iedereen mooi aan zijn
trekken.
Voor de laatste
rit van de dag moeten we terug
naar de grote tent waar Victor
Wainwright & The Train
vertrekkensklaar staan. Na de
solo-act van de namiddag neemt
Victor Wainwright als machinist
de leiding over zijn vijfkoppige
band, inclusief twee blazers. De
man wordt uitvoerig aangekondigd
en daarna vertrekt deze
locomotief in sneltreinvaart uit
het station. Na een lang
uitgesponnen Bo Didley-medley –
'Who Do You Love?' – krijgen we
een aaneenschakeling van diverse
genres en ritmes gepresenteerd.
Nu eens een streep jazzrock met
een tegendraads ritme, dan weer
een stevige viermaatsrocker of
nog een door Dr. John
geïnspireerde NOLA-beat.
Doorheen dit alles weerklinkt
Victors gedragen stem, terwijl
hij vakkundig zijn 'rockin' 88'
aanslaat. De gitarist krijgt
geregeld de ruimte om uit te
pakken met een stevige solo,
alhoewel dat voor ons wat minder
had mogen zijn. De blazers
vervolledigen het plaatje en het
optreden is best een leuk
feestje om het festival af te
sluiten.
We
kunnen terugblikken op een
geslaagde editie van Duvelblues.
Uitstekend georganiseerd, goede
klankkwaliteit, aangename
setting en met een gevarieerd
kwaliteitsvol programma. De
opkomst was misschien iets
minder dan vorig jaar maar de
afwezigen hadden ongelijk.