Duvel Blues
Chiroterreinen & JH Kabal, Puurs - 27 mei 2017


Het laatste weekend van mei is Puurs steevast onze bestemming. En deze keer is die bestemming zelfs exotisch. Jazeker, want op twee boogscheuten van Puurs staat een wegwijzer 'Buitenland' en de thermometer doorprikte moeiteloos een subtropische dertig graden. Duvel Blues was nog geeneens begonnen en we voelden ons al een gekookte krab in wonderland. Wonderland? Wel ja, toch een klein beetje, want voor de tweede keer op rij week het festival naar een nieuwe locatie uit en kwam het zo terecht op de Chiroterreinen van Ruisbroek, waar het ooit, zestien jaar geleden, begon. De opbouw rond het centrale plein zorgde voor een compacte gezelligheid. Alleen vielen er niet zo heel veel schaduwplekjes te scoren. Om met zo'n verzengende hitte toch een beetje bij de pinken te blijven, namen we ons voor om de hoofdsponsor van het festival niet al te veel te eren. Wat zelfs behoorlijk goed is gelukt...

Vooraleer we goed en wel met ons verslagje van wal steken, hebben we eerst twee huishoudelijke mededelingen. Ten eerste hebben we met twee BTTR-medewerkers de taken ietwat verdeeld. Elk schreef zijn eigen stukje, maar noemt zich telkens 'we'. Weet, beste lezer, dat 'we' nooit slaat op beide medewerkers samen maar dat 'we' telkens 'ik' betekent. Alleen trippen we – en deze 'we' geldt nu wél voor ons allebei – niet zo graag met ons ego en geven we ons niet over aan de onhebbelijkheid om te pas en te onpas het woord 'ik' te schrijven, alsof de mening van één individu steeds de gepachte waarheid zou zijn. Enfin, met 'we' valt dat iets minder prominent op. Ten tweede krijgt u dit verslagje bijgevolg niet in de chronologische volgorde waarin de bands hebben opgetreden. Neen, het is opgesplitst per podium en we beginnen in de grote tent. Dus... als het in dit verslagje straks in de grote tent gedaan is, dan moet het in het jeugdhuis nog beginnen. In werkelijkheid was het festival na het laatste optreden in de grote tent écht wel afgelopen. Zullen we dan eerst en vooral beginnen met het slot? Zodat u, beste lezer, noch uw pedalen noch de draad verliest? Wel... Duvel Blues 2017 was een geslaagde editie, weliswaar niet met de allergrootste namen, maar wel met zeer goede bands, een behoorlijke publieke opkomst én op een toffe locatie waarvan we hopen dat het festival er nog vele jaren een veilige haven zal vinden...

Hoofdpodium

Om halfvier stipt, een stiptheid die trouwens het hele festival feilloos zou worden gehandhaafd, mocht de Marino Noppe Band openen. De presentator kondigde Marino aan als 'de meest authentieke bluesman van het land' - men heeft het blijkbaar eindelijk door – waarop Marino rechttoe rechtaan inzette met 'Santa's Messin' With The Kid'. Ja, gevoel voor humor heeft de man wel. Veel afkoeling bracht het kerstliedje echter niet, want als intro voor zijn tweede nummer zei Marino: “Goedemiddag... we zijn vertrokken voor een potje Chicagoblues”. Hij is niet de man van de grote woorden, maar de slagkracht van zijn muziek is er niet minder om. We hebben inderdaad Chicago gevoeld, geroken én geproefd. Tegenwoordig treedt Marino regelmatig op met de jonge honden Arne Demets (gitaar) en Bernd Coene (drums) van The Blues Vision en 's lands strafste bluesbassist Carlo Van Belleghem. De combinatie werkt wonderwel. Hoogtepunt van het optreden was, zoals we hadden verwacht, 'Everything I Do Got To Be Funky' van Maurice John Vaughn. We kennen Marino al sinds we van onze ouders eens alleen naar een optreden mochten gaan, en dat is pakweg 35 jaar geleden. We zijn in de blues opgegroeid met Marino, zijn muziek en zijn platencollectie. En dat maakte het wel een beetje grappig om zien dat veel aanwezigen (weliswaar niet-West-Vlaams en zelfs uit het buitenland) meenden de ontdekking van hun leven te hebben gedaan...

Over Marc Ford & The Neptune Blues Club kunnen we vrij kort zijn. Voor wie twijfelt, vertellen we het er nog eens bij: Marc is de broer van Robben en Patrick en zat samen met hen ooit in de Charles Ford Band, al is het ons nooit duidelijk geweest welke Charles er werd bedoeld. Die van bij Jesse James' bende? Soit, het ging hier dus om zanger-gitarist Marc Ford, danig vermagerd dat hij quasi onherkenbaar is geworden en ooit nog kortstondig lid van The Black Crowes. Hiermee hebben we meteen geduid hoe Fords muziek ook vandaag klonk. De term 'blues' in de groepsnaam is misleidend want deze band speelt – weliswaar goede – roadhouserock en wat ze tegenwoordig 'americana' plachten te noemen. Geen blues dus, en zeer beklijvend kwam het allemaal niet over. Tal van festivalgangers begonnen nu wél vlijtig de hoofdsponsor te eren.

Het muzikale hoogtepunt van het festival kwam van het 73-jarige New Orleansicoon Walter 'Wolfman' Washington en zijn band. We vermelden die band er dus expliciet bij, want zonder hun steun en kundigheid zou de gefunkificeerde soulblues van Washington er niet zo pulserend, krachtig, onderhoudend en aanstekelijk uitkomen. Overduidelijk Walters 'partner in crime' is Jack Kruz, zijn bassist sinds mensenheugenis, die hier zomaar even de ritmische touwtjes in handen nam en zich als volleerd orkestleider profileert als de blanke versie van George Porter. Of gaat deze vergelijking net iets té ver? Kenners? Wolfmanklassiekers als 'Skin Tight', 'Shake Your Bootie' en – vooral – 'Ain't No Love In The Heart Of The City' gingen erin als zoete broodjes. Trompet en sax zorgden voor de vette speklaag. Het publiek bleef  tijdens dit concert wél bij de les en likte duimen en vingers af. We moeten eerlijk bekennen dat het al van 5 mei 1989 geleden was, dat we Wolfman nog eens live hadden gezien. Hij sloot toen de Belgian Blues Night in Brugge af. We hadden de indruk dat hij na 28 jaar een klein tikkeltje aan stemkracht heeft ingeboet. Of was dat te wijten aan de klankman die Walters stem teveel naar de achtergrond had weggemixt? Voor de rest dus alle lof. Dit was een gaaf concert!

Het lag inderdaad aan die klankman. Toen ook de zang van afsluiter Rick Estrin niet sterk genoeg boven de muziek uitsteeg, wisten we het zeker. En hierdoor ging natuurlijk een deel van Ricks humoristische teksten de mist in. De muziek gold als compensatie en gelukkig is Estrin ook een meesterlijk entertainer én harmonicaspeler. De ster van de band, nog steeds The Nightcats, is natuurlijk gitarist Kid Andersen, een Scandinaaf die het aan de westkust van de US of A helemaal heeft gemaakt. Behalve een stergitarist is hij ook de bezieler van de Greaseland Studio's, een heilige plek waar alleen maar goede muziek wordt opgenomen. U heeft het al door, beste lezers, het slotconcert van Duvel Blues 2017 was een feestje. Niet diepzinnig maar lichtzinnig, niet belerend, wél bezwerend. Ja, natuurlijk misten we wel ergens Little Charlie Baty, maar we mogen al blij zijn dat Estrin zich de moeite getroost om op een meer dan overtuigende wijze de toorts van die legendarische band brandend te houden. De amusante westkustblues met zowel een flinke scheut humor als muzikale hoogstandjes bleek het perfecte slotstuk van dit festival.

Franky Bruneel

Kabal-lokaal

Naar goede gewoonte had Duvel Blues ook dit jaar weer gekozen voor twee podia. Er was de grote tent, en er was het bunkerachtige Kabal Chirolokaal, dit laatste voor het meer intimistische gebeuren. Wij mochten verslag doen van wat er aan blues en aanverwante stijlen in het Kabal-lokaal te beleven viel.

Zo hebben wij enorm genoten van de show van Davina & The Vagabonds. Davina, die eruit ziet als een ‘southern belle’, is echt een fenomeen. Ze komt uit Minnesota, maar haar muziek is in hoofdzaak New Orleansgetint. Een paar jaar geleden, vijf om correct te zijn, bij haar eerste doortocht op Duvel Blues waren we al behoorlijk onder de indruk van haar kunnen, en die indruk werd dit jaar alleen maar versterkt. Davina, piano, en haar bende spelen de perfecte mix van blues, jazz, vaudeville, soul, ragtime, gospel, en hier en daar een streepje folk, maar altijd met dat zuiderse kantje. Eigenlijk een beetje vreemd dat deze uitstekende band naar het ‘kleinere’ podium werd verbannen. En dat Davina een uiterst gevarieerde set wilde brengen, en ook bracht, mag blijken uit haar songkeuze. Zo doet zij, als geen ander, Nina Simone, eert ze Fats Domino met ‘Ain’t That A Shame’, probeert zij ‘Sunshine’, een nieuwe eigen song, neemt ze ons mee naar New Orleans, en brengt zij… uiteraard, haar versie van ‘I’d Rather Go Blind’, waarop iedereen ongeduldig zat te wachten. Met ‘Hey Good Looking’ (Williams) sluiten Davina, en haar Vagabonds, deze geweldige set af. Toch ook even vermelden dat The Vagabonds (trompet, trombone, drums en staande bas) Davina perfect begeleidden. Vooral het strakke drumwerk van Connor McRae Hammergren konden we heel erg appreciëren. We raakten, en we moeten het toegeven, serieus onder de indruk van deze set.

Na Davina & The Vagabonds is het de beurt aan Hat Fitz & Cara Robinson om hun kunnen te laten horen. Fitz is een Aussie (Australiër) en Cara komt uit Noord-Ierland. Het is dan ook geen moeilijke denkoefening om dit duo te associëren met… folk, country, soul, delta blues, old school roots en gospel. Fitz speelt gitaar en Cara martelt niet alleen stevig de drums, maar zingt bovendien ook nog geweldig. Ook dat piccolofluitje, dat die typische folksfeer oproept is een aantal keren van de partij. Fitz is een goede gitarist, maar hij is niet zo een sterke zanger. Zijn ‘ooh yeah’s, te pas en soms ook wel te onpas, inspireren een aantal luisteraars tot imitatiegedrag. Ook kunnen wij het moeilijk hebben dat iemand in onze nek zit te blazen en meent op elk woord van de artiesten te moeten reageren. Enfin, het is een publiek gebeuren en eigenlijk zouden wij ons daar niet zo erg mogen aan… ergeren.

Als derde act was Matt Andersen geïnviteerd. Matt komt uit Canada (Perth-Andover, New Brunswick) en heeft het podium gedeeld met Bo Diddley, Buddy Guy, Gregg Allman, Tedeschi Trucks Band, Randy Bachman, Little Feat, April Wine, America, Loverboy, Jonny Lang, Serena Ryder en Beth Hart. Echt wel een grote, en vooral struise jongen dus. Op Duvel Blues is Matt alleen met een aangrijpende, interessante en fel gesmaakte akoestische set. Matt is een iets mindere zanger, vinden wij, maar dat wordt meer dan goedgemaakt door zijn uitzonderlijke gitaarbeheersing. Matt speelt vooral toegankelijke blues en soul. Kenners, hopen wij toch, vinden hem klinken als Otis Redding en/of Joe Cocker, maar dat hebben wij niet gehoord en dat vinden we toch wel een tikkeltje overdreven. Matt is een verteller en je kan alleen maar zijn songs appreciëren als je ook werkelijk naar de teksten luistert. Er was ook een ‘luisteraar’ die het nodig vond om altijd maar keihard te fluiten. Hoe irriterend is dat wel. Wat we, naast andere (kleine) pareltjes, onthouden is zijn ronduit magistrale versie van ‘Ain’t No Sunshine When She’s Gone’. Prima set van een prima gitarist en een… iets mindere zanger. Maar dat is, uiteraard, onze persoonlijke en dus subjectieve mening.

Jean Bervoets


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

  • Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
      foto's:
      ©
Franky Bruneel

      _____________________