|
|
||
|
|
We
hadden Ed De Smul al enkele keren gezien. Onder andere met zijn Gators
in de Patersdreef, in duo met bassist Stefan Boret op Blueprint in
Gistel en als harper bij de B Brothers op The Village Goes Crazy in
Bredene. Telkens hebben wij over Ed positieve dingen in ons verslagje
gezet, u moet er deze site maar eens op napluizen. Al dikwijls hadden
wij onszelf voorgenomen om Ed eens avondvullend te ondergaan. Niet als
een korte éénsetter op een festival waar hij het publiek mag opvrijen
voor de grote kleppers die later op de avond spelen. Neen, we wilden
hem eens zien in omstandigheden waar hij zelf het middelpunt van de
belangstelling was. En zie, die gelegenheid heeft zich voorgedaan. Als
een mens maar wat geduld oefent, dan komt alles goed. Met 'Hardworking
Man' heeft Ed De Smul een nieuwe cd uit en op vrijdag 29 september
hield hij die boven de doopvont in Aalter, zijn eigen thuishonk.Wanneer mensen het woord 'achterafzaaltjes' gebruiken, dan is dat vaak pejoratief bedoeld. Vooral als het over politiek gaat. In de muziek spelen zich in die achterafzaaltjes net leuke dingen af. Ze zijn kleinschaliger en dus sfeervoller dan festivals, maar herbergen vaak dezelfde kwaliteit. Als de vaste aanhang van een lokale band niet in een café kan worden gestouwd en men een zaaltje moet huren, dan zegt dat in veel gevallen al iets over die band. En Ed De Smul is natuurlijk geen onbekende in Aalter. Wij kennen hem hoofdzakelijk als bl uesman
maar met de nieuwe Ed De Smul Band tapt hij uit een ander vat. Het
begon ons al te dagen toen we de binnenschuifelende toeschouwers in
categorieën onderverdeelden. Natuurlijk een pak buren, vrienden en
familie, dat hoort erbij op zo'n avond. Maar ook van die
geitenwollensokkenjongens met houthakkershemden en een lange baard.
Zouden het Amerikanen zijn geweest, dan hadden we hen rednecks, outlaws
of hillbillies genoemd. Maar ze waren ook van de streek. En neen, we
bedoelen alweer niets negatief, integendeel. We zouden ook kunnen
zeggen: 'mensen van het Nathaniel Rateliff-type', dan had u meteen
begrepen dat het over liefhebbers van de genres 'americana' en
'rootsmuziek' ging, maar dat doen we bewust niet. We hebben ten eerste
de termen 'americana' en 'roots' als omschrijving van een muziekgenre
nog nooit begrepen. Ten tweede, en nu gaan we stilaan iets over de
muziek van Ed De Smul beginnen zeggen, gaat Ed De Smul veel dieper én
veel breder dan enkel dat. We
gaan ons niet wagen aan stilistische dissecties van alle afzonderlijke
nummers. Dit genre is niet onze specialiteit, dus gaan we er ook geen
grote muil over opzetten. Gemakshalve noemen wij wat we te horen
krijgen 'countrymuziek van het soort dat de bluesliefhebber in ons ook
best wel kan pruimen'. Misschien komt dat omdat Ed in dit nieuwe
project ook de bluesroots niet verloochent. 'Number One' is een aardige
swingshuffle en de titelsong van de cd heeft iets van Little Junior
Parkers 'Mystery Train. 'Coo Coo Chou Blues' en 'Mission Bell' zijn
countrybluesdeuntjes van bovenstebeste makelij. Ed heeft de elf liedjes
van zijn cd zelf gesmeed maar de oorworm 'Mission Bell' had net zo goed
op het repertoire van een Eric Bibb of The Heritage Blues Orchestra
kunnen staan. En ja, we weten waarmee we bezig zijn. We zijn aan het
vergelijken met de allergrootsten. We
vergapen ons mateloos aan de oogverblindend fraaie Fender Jazzmaster en
de Danelectro van gitarist Tom De Poorter. En nog veel meer aan het
feit dat De Poorter de 'twang' behendig uit zijn vingers tovert en niet
zozeer uit een batterij pedaalbeesten. Wat een klank, wat een gitarist.
Wat hij doet in bijvoorbeeld 'No Place To Run' is niet meer normaal.
Elk groepslid heeft zijn of haar verdienste, maar de inbreng van Tom De
Poorter is van cruciaal belang voor de totaalsound. Zeer zeker geldt
dit ook voor bassist Stefan Boret, vanuit de bluesband Ed & The
Gators meegeheveld in dit project. Hij is een wonderbaarlijke
duivel-doet-al maar dat wisten we al langer. Drummer Kay Van De
Casteele weet perfect in te schatten wanneer een song zachtroffelende
borstels vereist en wanneer hij zich in wild roffelende rondjes mag
uitleven. Alles klopt gewoon aan deze band. Ed zelf excelleert op
akoestische gitaar, op harmonica en in enkele nummers op beide
tegelijk. Dat hij kan zingen, hebben we al meermaals neergepend, maar
deze countrystijl zit zijn stembanden als gegoten. Als het zo zou zijn
dat stembanden met de hand worden gemaakt, artisanaal op grootmoeders
wijze, en gekneed in de juiste pasvorm, wel dan zijn die van Ed voor
deze muziek gemaakt. Ed
bedankt meermaals het zeer enthousiaste publiek. Deze thuismatch kon
hij niet verliezen, maar toch. Zijn appreciatie voor zoveel bijval
verbergt hij niet. Evenmin zijn fierheid op dochter Silke die de
backing vocals verzorgt – wat ze trouwens voortreffelijk doet – en het
hoesje van de cd heeft ontworpen.Kijk, voor zover wij erover kunnen oordelen, is België te klein voor een band van dit kaliber. Hoedje af voor zoveel puike songs over de vele gevoelige facetten van het leven en de liefde, mijmerend en begeesterend tegelijk. En petje af voor de stilistische mix van country, southern rock en een tikkeltje blues, tot hoogstaande muzikaliteit waar elk detail een plek heeft. We hebben een mooie avond beleefd in dit Aalterse achterafzaaltje. Voldaan keren we huiswaart, in de overtuiging dat deze band klaar is voor de internationale grote podia. En mogen we tot slot even porren? Ja? Wel... euh... Bruno... beluister deze band eens. Dit is echt iets voor (Ge)Varenwinkel! Franky Bruneel
terug naar de index van de concert- en festivalrecensies
|
foto's: © Franky Bruneel _____________________
|