|
|
||
|
|
Hoofdpodium Onze nationale trots, de Steven Troch Band,
mocht op het hoofdpodium de nieuwe locatie ‘inspelen’ en zij deden dat,
zoals we ondertussen van hen gewend zijn, voortreffelijk. Mechelaar
Steven Troch kennen jullie waarschijnlijk nog wel van Fried Bourbon,
maar sinds een tijdje vliegt hij, samen met zijn vaste
begeleidingsband, op eigen vleugels, zoals het zo mooi in de
festivalfolder staat. In die band treffen we o.a. De sublieme
Nederlandse gitarist Steven van der Nat (Little Steve / zie ons verslag
van Kwadendamme) en de Nederlandse bassiste Liesbeth Sprangers (van bij
Herman Brock Jr.). Steven is, en daarmee zal zo ongeveer elke blues- en
harmonicaliefhebber het wel eens zijn, een schitterend harpspeler die
met zijn swingende act zorgde voor de perfecte aanzet van dit, het
zestiende ondertussen al, Duvel Bluesfestival. Voor een flinke portie folky soulblues en rock konden wij terecht bij Jerry Donahue,
uit de States, en voor de gelegenheid begeleid door de Belgische Guitar
Collection, de Laatste Show Band, zeg maar. Jerry was in een vorig
leven prominent lid van Fairport Convention en dat kan je, met een
beetje goede wil, ook nog horen. Daarnaast was Jerry ook te horen in de
buurt van, onder andere, Gerry Rafferty, Chris Rea, Bonnie Raitt en
Warren Zevon. Referenties genoeg dus. Jerry is een ongelooflijk goede
gitarist, geen echt goede zanger, die je van het eerste gitaarakkoord
tot het laatste geboeid houdt. Zijn stijl, fingerpicking, doet soms
denken aan Marc Knopfler. Need we say more? O ja, de set werd ook nog
opgefrist door Dany Caen in een weinig flatterende minirok, maar zingen
kon ze wel. Uit Los Angeles kwamen de Delgado Brothers,
ook al eens omschreven als het best bewaarde geheim van L.A. En wat
hadden de winnaars van de International Blues Challenge 2016 ons te
bieden? Wel, een mix van blues, goed time blues eigenlijk, soulblues en
blues met wat ‘latino’-invloeden, een heel klein tikkeltje Los Lobos,
en veel, een beetje te veel, naar onze smaak, hammondklanken van
gast-organist en Hammondwizz Michael Wressnig. Wij kunnen het ook niet
helpen, maar wij zijn geen orgel-aficionado en dat werd voor ons op de
duur met de Oostenrijkse Wressnig van het goede een beetje te veel.
Orgel of Hammond moet, vinden wij, een, in hoofdzaak, ondersteunende
functie hebben, al mag hier en daar ook een solo ingelast worden. Maar
dat was hier niet het geval. Van de gitaren en zang hebben wij wél
genoten. Qua ‘grote klepper’ had Duvel Blues gekozen voor Alvin Youngblood Hart.
Alvin imponeert, niet alleen door zijn gestalte, maar ook door zijn
gitaarbeheersing. De ‘three piece powerband’ speelt countryblues,
gitaarrock, western swing en rootsrock. Jullie zien het… een band die
van zowat alle markten thuis is. En wat ze doen, doen ze ook goed. En
dat vond ook het enthousiast reagerend publiek. Alvin Younblood Hart en
band… inderdaad een ‘grote klepper’ en voltreffer.Jean Bervoets
Afsluiters in de zaal waren zanger-gitarist Sean Carney en zangeres Shaun Booker, beiden uit Columbus, Ohio. Carney kennen we hier al langer, zodat hij behalve zijn naam ook zijn faam heeft. En op de sneeuwwitte custom Les Paul met Blues Foundation-logo – waarvan we vermoeden dat hij ze van de Delgado's had geleend – deed hij met snedig gitaarwerk zowel die naam als die faam alle eer aan. Het leeuwendeel van de show liet hij over aan de wulpse tijgerin Shaun Booker. Zonder dat ze hier naam of faam heeft, pakte ze he t publiek moeiteloos in met soulvolle zang, een fris en energiek uiterlijk en ophitsende
blikken uit koolzwarte kijkers die diepe gaten in je zieltje brandden.
Wij vonden dit een geslaagde 'joint venture' van snedige soulvolle en
funky blues. De synergie vanwege en tussen Sean en Shaun maakte hun
samenwerking tot een schoolvoorbeeld van logische evidentie. Bovenop al
de Duvel die vandaag rijkelijk was gevloeid, lustte het publiek hier
zeker nog pap van.Tent De tent op de speelweide van JOC Wijland diende in wezen voor de meer intieme concerten van het festival, maar die tent kon eigenlijk evenveel of zelfs meer toeschouwers herbergen dan de zaal. Dat kon die tent dus, en dat deed ze ook. Misschien is het voor de volgende edities een nuttige denkoefening om na te gaan of men de tent nog met een compartiment kan uitbreiden en hier het hoofdpodium kan huisvesten. Maar dit is voor later, want wat nu relevant is, is wat zich hier nu en hier afspeelde, namelijk drie succesvolle acts. De Londense zanger-gitarist, schrijver en fotograaf Dave Peabody – awardgewijs veelvuldig geloofd en geprezen – had de Duitse klassieke violiste Regina Mudrich
uitgenodigd om hem te vergezellen doorheen twee sets akoestische 'old
school' en hoofdzakelijk 'prewar' blues. We onthielden een knappe
versie van 'Goin' To German' (Gus Cannon, 1927), werk van Frank Stokes
en Bessie Smith, naast knap gelijksoortig eigen werk. Misschien was dit
duo de meest intimistische act van het hele festival, maar het publiek
van Duvel Blues bestaat uit 'blues die hards' en die konden als geen
ander de aandacht bij de les houden. Wat natuurlijk ook de uitvoerders
van dit 'niche-repertoire' bijzonder tot eer strekt.De geprogrammeerde Bert Deivert was wegens een bloedklonter in het been aan zijn ziekenbed gekluisterd en moest verstek laten gaan. Maar... – en het zal ons een raadsel wezen waarom hij oorspronkelijk niet voor dit festival was geboekt – Johnny Rawls uit Mississippi, hier op tournee, was op k orte termijn bereid gevonden om in te vallen. Reeds van bij het eerste nummer
('Help Me') had Rawls een aanzuigeffect buiten proportie. Werkelijk
iederéén repte zich naar de tent, want het was duidelijk dat hier een
broeierig bluesfeestje
zou plaatsvinden. 'I'm A Country Boy', zong Rawls, maar hij speelde
onversneden funkblues. Johnny Rawls is zowat de ongekroonde koning van
de soulblues en dat werd duidelijk toen hij 'Beast Of Burden' in het
publiek bracht. Een publiek dat mateloos genoot. Nog maar eens – en we
kunnen het enkel maar blijven zeggen – nog maar eens werd duidelijk wat
bluesliefhebbers willen horen wanneer ze naar een bluesfestival komen.
De blues natuurlijk! Zonder ook maar de minste twijfel was de
charismatische Johnny Rawls het onbetwiste hoogtepunt van het hele
festival.Het laatste optreden in de tent was weer akoestisch. We vermelden dit er expliciet bij, omdat het ons was opgevallen hoe Larry Garner ook op de akoestische gitaar heel trefzeker en melodieus de akkoorden van 'Keep On Singing The Blues' speelde. Wie het nummer kent, en daarenboven ook iets van gitaarspelen kent, zal begrijpen dat dit zeer moeilijk is. Larry Garner is nog steeds een publ iekslieveling, een storyteller, de man van de diepgang in de nummers én in de bindteksten. Hij had zijn Duitse vriend Michael Van Merwyk uitgenodigd. Met hun gezamenlijke cd 'Upclose And Personal' nog fris in het
geheugen, plezierde het ons om ook Van Merwyk eens live te zien. Net
als Garner bleek ook hij een gedegen gitarist met een warme, aangename
stem. Een extraatje voor dit concert was Gene Taylor die na enkele nummers het duo op keyboards kwam bijstaan. En dat deed hij smaakvol!Duvel Blues 2016 heeft bewezen dat het mogelijk is om ook zonder supersterren – voor zover die in de blues bestaan – een evenwichtige en gevarieerde affiche samen te stellen. De nieuwe locatie is beslist een meevaller, de publieke opkomst was behoorlijk en de sfeer was gewoonweg super. Dikke duim voor Gust, Bruno en de rest van de ploeg. Tot volgend jaar! Franky Bruneel
terug naar de index van de concert- en festivalrecensies
|
foto's: © Franky Bruneel _____________________
|