|
|
||
|
|
Rockin' Johnny Burgin en Aki Kumar
brengen traditionele Chicagoblues. Onze twee kompanen (zang, gitaar en
harmonica) laten zich bijstaan door een competente Franse ritmesectie
en tonen zich academisch en vol respect voor de vergeten meesters
(zoals bijvoorbeeld Little Smokey Smothers). Ze bedienen zich van
subtiele melodieuze akkoorden. Aki Kumar is een Indiër uit Mumbai die
emigreerde naar Santa Cruz, California. Hij is perfect in neo-Little
Walter-Walter Horton. Toch duurde het een tijdje vooraleer hun set echt
op gang kwam...
Bij Miss Nickki & The Memphis Soul Connection
laat de naam al duidelijk vermoeden welke stijl ze spelen. Maar wat een
schril contrast tussen haar genuanceerde, heldere en beheerste stem –
weliswaar zonder de grommende cliché's van Koko Taylor – en haar
feestelijke uitstraling. Nickki legt heel wat gewicht (in alle
betekenissen van deze uitdrukking) in het entertainen zoals in
toeristische tavernes. Hoe jammer. De Franse begeleiders kwijten zich
eerbaar van hun taak in een repertoire dat bij ons eerder
ongebruikelijk is: Denise Lasalle (haar idool), Al Green, Tyrone Davis
en consoorten.We maken hier ook de terugkeer van Arthur Adams (zang en gitaar) mee. Deze veteraan uit het huisorkest van B.B. Kings club in Memphis en Los Angeles, en begeleider van talloze vedetten van de soulblues oude stijl verankert zich op het podium, ondanks zijn 76 lentes en een moeizame pas. Zijn stem is hoog en melodieus, zijn gitaarsolo's gaan in staccato crescendo. Hij speelt de stijl die B.B. King in de jaren 60 op Folkways etaleerde maar slaagt er slechts druppelsgewijs in om van dit ietwat vergeten geluid een glasheldere impressie te reconstrueren. De Franse begeleiders hebben niet optimaal geoefend en missen hierdoor autoriteit. Ieder bandlid speelt nauwgezet zijn partijen maar het geheel vormt geen orkest, wat de dynamiek van het concert niet ten goede komt. Altijd al was ik gepassioneerd door kwartetten met een 'Mississippi saxophone'. Hier excelleert de leider, Egidio 'Juke' Ingala wanneer hij soleert. Zijn kompanen kijken hem aan maar zijn Italiaans accent bezorgt hem weinig credibiliteit. Dit is een goed voorbeeld van Euro-blues maar daarmee is alles gezegd. The 3 Bob's
dan. Zoals de drie musketiers zijn ze met vier. Simon 'Shuffle' Boyer
schittert op drums. Die voet! Dit is doorleefde, eervolle Chicagoblues
die bulkt van het talent. Bob Margolin (gitaar en zang), Bob Stroger (bas) en Bob Corritore
(harmonica) zijn blij dat ze hier zijn om hun kunsten met elkaar te
delen, intens te improviseren en een complex spel van actie en rust te
spelen. Wat een plezier om deze drie 'dieven' zich te zien verenigen,
zich van elkaar te zien losmaken om elkaar daarna als een echte
bluesband terug te vinden zonder ook maar de minste gemeenschappelijke
gène. De voorvaders die deze stijl hebben gecreëerd mogen fier zijn en
Margolin, zelf een pijler uit de Muddy Waters Band van de jaren 70
transponeert vakkundig de slidegitaar van zijn mentor. O ja, Margolin
en Stroger zijn ook meesterlijke zangers. Na twee nummers al is het
evangelie gepredikt en wacht het paradijs voor de rest van de set.
Overdrijf ik? Hoe vaak heeft u al innig gehoopt op 'Got My Mojo
Workin'' als finale? Uitzonderlijk, is het niet?
Rest ons nog Mr. Sipp (gitaar en zang) & Terrie Odabi
(zang). Dit is een heilige kruising tussen Mississippiaanse gospel –
zoals die daar in de kerk leeft en ook u een stem geeft – en de vroege
ghettoblues van een B.B. King. De jonge rauwe ritmesectie speelt tussen
de heldere gitaarlijnen door, dramatiseert effecten en antwoordt op de
zang die al wordt gedoubleerd door de rode Epiphone van Mr. Sipp. Die
gitaar kleeft aan de meester tot in de perfectie zonder dat die erin
versmoort. Een hartige synergie geeft het geheel nog meer waarde. Het
repertoire van Mr. Sipp is een schoolvoorbeeld van hedendaagse
soulblues, geïncarneerd door Denise LaSalle, ZZ Hill en het
Malaco-label, in combinatie met de pure blues, inclusief enkele
uitgesponnen wandelingen in het publiek (die het goede humeur
bevorderen) en fraai uitgevoerde danspasjes. Iets minder genoot ik van
de miniset van gastzangeres Terrie Odabi. Ze toonde zich meer klassiek
dan Ms. Nickki, bracht conventionele nummers met smaak maar zonder een
uitgesproken samenzwering met haar leider. Toch was dit een mooie
première voor Frankrijk.Het festival had al bij al een mooi eclectisch programma, zeker wanneer u er de twee groepen uit Polen en Frankrijk aan toevoegt, die in de pauzes het publiek bij het kleine podium mochten animeren. André Hobus
(vertaling: Franky Bruneel) terug naar de index van de concert- en festivalrecensies
|
foto's: © André Hobus _____________________
|