Blues Zuidrand Festival
De Hoogmis, Edegem - 18 juli 2026

Na een eerste fijne editie in 2025 en terloops ook de prima materiële ondersteuning van de Belgian Blues Challenge in oktober vorig jaar, verwelkomt het team van Tom en David het publiek terug in De Hoogmis te Edegem. De tweede editie van het Blues Zuidrand Festival vindt opnieuw plaats in tuin van de oude pastorij, knal in het centrum van de gemeente. Met zijn vele grote loofbomen is dit een unieke setting, zo kan je wel stellen. Na de eerste dreigende weerberichten van het begin van de week zijn de weergoden ons gunstig gezind en er dreigt geen herhaling van vorig jaar, waarbij het festival eindigde in een stevige plensbui.

Om half twee mag The Mighty Black Camel Blues Band de dans openen. Na een swingende instrumental als intro, waarbij gitarist Polle Stevens zijn kunnen tentoon kan spreiden, is het de beurt aan zanger Kobe Simons met zijn typische rauwe stem. De band wisselt covers zoals 'Born Under A Bad Sign' en 'I'd Rather Go Blind' af met eigen nummers als 'Weighing Me Down' of het nieuwe 'Hey Babe', allemaal vrij stevig neergezet, maar zonder ellenlange solo's. Voor zanger Kobe voelt het een beetje onwennig aan om te spelen voor een publiek van bluesliefhebbers aan wie hij niet veel uitleg hoeft te geven over de songs. Naar het einde van het optreden toe doet hij verwoede pogingen om het publiek mee te trekken door zich tussen de toeschouwers te begeven voor de song 'Boom Boom', maar het is nog wat vroeg op de middag. Het eerste optreden doet wel smaken naar meer.

De organisatoren hebben Wim Helsen als MC aangetrokken. De man kent waarschijnlijk niet zo veel van blues – het zij hem vergeven – maar op zijn eigen droge manier introduceert hij de opeenvolgde bands. Hij laat het daarbij niet na om Jan en alleman, inclusief Tomorrowland, subtiel op flessen te trekken en zorgt zo voor een aangename humoristische noot. Dit is vrij ongezien op een bluesfestival als je het ons vraagt. Misschien moeten we wel teruggaan naar het Belgian Rhythm & Blues Festival in Peer, met Felice Damiano als compère, ergens begin jaren negentig, toen de dieren nog spraken.

Na de opener van over het water is het tijd voor een lokale oudgediende, namelijk Wim De Vos met zijn Bill & The Burners, voor de gelegenheid versterkt met Patrick Cuyvers op keys en Hammond. Met 'Don't Loose Your Cool' van Albert Collins gaat de band van start, waarna Howlin' Bill zich niet zonder enige moeite op het podium installeert. Zijn fysieke beperking belet hem echter niet om stevig van leer te trekken met een aantal covers zoals 'The Shape I'm In' of 'Trouble', dat werd geschreven door het duo Jerry Leiber en Mike Stoller. We krijgen even een stroompanne, maar het euvel is snel opgelost. Bij de cover 'Should I Stay' gaat het onverwacht een beetje alle kanten op: een T-Bone Walker-intro, op het randje na een vervelling tot smartlap, NOLA-beats en country vibe. Op de slowblues 'The Doctor' laten Wim en Johan 'Junior Jay' De Laat zich van hun beste kant zien op respectievelijk mondharmonica en gitaar terwijl Patrick Cuyvers een aardige solo neerzet tijdens het nummer 'Killing Floor'. De vele fans waarop Howlin' Bill hier kan rekenen, worden tenslotte nog getrakteerd op een wervelende versie van 'When Hell Freezes Over'. Het publiek dat ondertussen reeds talrijk aanwezig is, raakt zo mooi opgewarmd.

Terloops vermelden we dat het geluid prima is. De mensen aan de knoppen houden de dB nauwlettend in de gaten, want de gemeente heeft strikte geluidsbeperkingen opgelegd. Door de band is het geluidsniveau dan ook best verteerbaar, alhoewel de spreekwoordelijke uitzondering de regel bevestigt. Er zijn zo van die aanduidingen waarbij we ons, vooraleer een band nog maar één noot heeft gespeeld, ons de bedenking maken: "Oei, dit dreigt hier te ontsporen." Als we Bas Paardekoper het podium zien bestijgen met een versterker van het merk Mesa Boogie – een van de geliefkoosde merken van heavy metal-gitaristen – gecombineerd met een volumineuze 4x12-luidsprekerkast, dan weten we hoe laat het is. Vanuit ons standpunt kunnen we het optreden van dit powertrio dan ook kort samenvatten: oeverloos gepingel op de gitaar, loeihard, weinig subtiliteit. Voor elk wat wils echter en zoals steeds is er een aanzienlijk deel van het publiek dat volop meegaat in dit soort bluesrock. Het is hen gegund natuurlijk. Ons laat het echter koud. Meer nog, het optreden doet ons eerder denken aan het opentrekken van een blik southern rock, waarvan het recept aan een update toe is. Het moment dus om ons naar de catering te begeven en na te gaan uit welke blikken ze daar serveren. Sedert vorig jaar kennen we trouwens de kwaliteit van het bier van de lokale microbrouwerij en die hoeft geen verdere bewieroking. "Hey, zitten we hier niet in de pastorij??"

Na de Nederlandse windhoos is het de beurt aan Doghouse Sam & His Magnatones om met hun ongecompliceerde en ongecomplexeerde aanpak het publiek op een andere manier te charmeren. Het contrast met de vorige band kan moeilijk groter zijn. Wouter Celis, alias Doghouse Sam, weet hoe hij zijn publiek moet inpakken, een vlotte prater als hij is, met zijn sappig accent – niet dat dat ons ook maar een greintje stoort. Met een aanstekelijke mix van rockabilly, 'old school' rock-'n-roll, swing en blues zorgt het trio voor de eerste danspasjes voor het podium. Je zou voor minder beginnen te shaken. Een paar fervente dansers laten zich ontvallen dat er volgend jaar een dansvloer zou moeten worden geïnstalleerd. Nu weten we dat de organisatoren wel een oor hebben voor suggesties, maar of ze het zover willen drijven, is nog maar de vraag. Eén ding is zeker, de ambiance zit er goed in. Behalve Wouter blijft Martin Ubaghs aan de 'double bass' ook niet onopgemerkt. Nu eens uitbundig plukkend aan zijn snaren, dan weer subtiele baslijntjes spelend, de strijkstok hanterend of gewoonweg eens met de elektrische bas. Het veelzijdige drumwerk van Franky Gomez hoeft al lang geen betoog meer. Zijn drumcapaciteiten zijn omgekeerd evenredig met de grootte van zijn minimalistische drumstel. Zoals Wouter zelf zegt, kan een vettige boogie niet ontbreken in zijn optreden. Het wordt 'Let's Get It On' waarop Wouter het predikaat "de puta madre" kleeft. We zullen het maar houden bij een beleefde vertaling van deze uitdrukking. Gewoon beregoed en het publiek wordt stilaan uitzinnig. Na een kort akoestisch intermezzo met Wim op de mondharmonica, Martin op de ukelele en Franky met twee soeplepels wordt deze uitstekende set afgesloten met 'I'm Ready' van Fats Domino. Voor een bisnummer met de Kellogs-gitaar is er geen tijd meer…

Ondertussen is het festivalterrein gezellig vol gelopen. Een praatje met de organisatoren leert ons dat de teller op 550 staat, 150 meer dan vorig jaar. In het verleden zijn er reeds activiteiten met 800 aanwezigen in de tuin van de Hoogmis georganiseerd. Dan zit de boel echter wel goed vol, om niet te zeggen bomvol.

We hadden het al over streektalen, maar het optreden van Big Dave & The Dutchmen is opnieuw een soort van thuismatch, al was het dan alleen maar voor de frontman. Als een stoomtrein vertrekt de band met het nummer 'Rock and Roll' en onmiddellijk is de toon gezet. Vorig jaar zagen we de band nog aan het werk op Swing Wespelaar en op Blues Bell' in Schellebelle en het is er alleen maar beter op geworden. De goed op elkaar ingespeelde muzikanten komen met een hechte sound voor de dag. Vermelden we ze hier even: Mischa den Haring op gitaar, Darryl Ciggaar op drums en Roel Spanjers aan de piano. Daarnaast zien we bassist Nikolas Karolewicz. De man kennen we nog van onder andere The Bluesanovas of onlangs nog in de begeleidingsband van Marquise Knox. Steeds keurig in maatpak en de elektrische bas verticaal houdend in een stijl die doet denken aan de Texaan Eddie Stout. Hier is hij op het laatste moment en zonder repetitie ingevallen voor Dusty Ciggaar, maar daar valt absoluut niets van te merken. Meer dan af en toe een last second coördinatie met Mischa heeft de man niet nodig. Het hele optreden wordt een bluesact om je vingers van af te likken. Eigen composities, zoals het soulbluesnummer 'This Work' met aardig pianowerk van Roel Spanjers, wisselen af met klassiekers zoals 'Too Late' van Little Walter Jacobs met een scheurende harmonicasolo van Big Dave himself. Bij de slowblues 'Baby Please Come Home' is een mooie rol weggelegd voor Mischa op de gitaar. De zingende kleerkast uit Antwerpen heeft het allemaal lekker naar zijn zin. Gekke bekken trekken is hem niet vreemd en hij laat het zich welgevallen wanneer een vrouwelijke fan hem op het podium komt vergezellen. Verder tijdens het optreden krijgen we nog een eigenaardig gesyncopeerde versie van 'Good Morning Little Schoolgirl' alsook een zinderende boogie met een glansrol voor Mischa, die duidelijk geniet van de weerklank bij het publiek. Als bisnummer serveert de band 'Screwdriver' en dan moet je niet denken aan een of ander stuk gereedschap uit de Gamma, Brico of Hubo. Die gebruik je normaal gezien niet "all night long".

Vooraleer de laatste band mag aantreden, worden eerst nog de winnaars van de loterij van de namiddag beloond met een aantal pakketjes merchandise van de optredende bands, alsook een gitaar die de optredende artiesten hebben gesigneerd. Die gitaar is een 'Strat-style'-exemplaar, dat, als Fender gelijk krijgt met zijn lopende gerechtelijke procedures, misschien niet meer zal mogen worden verkocht in de toekomst. Dat is echter een heel ander verhaal en er zal nog wel wat water naar de zee vloeien vooraleer het zover is. Anyhow, Fender, shame on you!

Voor de slotact gaan we van de rechteroever van de Schelde terug over naar de 'Vlaanders', wat men daar in Antwerpen en bij uitbreiding in Brabant en Limburg ook mee moge bedoelen. Om begrijpelijke redenen stonden de Missy Sippy All Stars terug als headliners geprogrammeerd, nadat hun slotoptreden vorig jaar letterlijk in het water viel. Het is nu wel een beetje ondankbaar om na de show van Big Dave het festival af te sluiten. Afgezien van de kleine dip met Bas Paardekoper was het festival immers alleen maar crescendo gegaan. De jonge kerels laten het echter niet aan hun hart komen en steken van wal op hun gekende manier. Net als bij Big Dave zijn de fifties- en sixties-blues en meer bepaald die uit Chicago een belangrijke inspiratiebron maar de aanpak is anders. Verschillende frontmannen houden elk een deel van de zangpartijen voor hun rekening. Voor de gelegenheid zijn het Matt T. Mahony en Leander Vandereecken op gitaar en Olivier Vander Bauwede op mondharmonica die elkaar aan de micro afwisselen. Zo krijgen we onder andere 'Run Away', een uptempo versie van 'Every Day I Have The Blues', 'I Asked Her For Water' en de Tiny Legs Tim-cover 'Get It Back'. Deze manier van aanpak levert een gevarieerd programma op maar deze medaille heeft ook zijn keerzijde. De afwisseling van zangers, gecombineerd met telkens een aankondiging van de zanger onderbreekt een beetje de flow van het optreden. Maar we willen niet te moeilijk doen. Dit zijn gewoon jonge gasten van eigen bodem die een goede bluesband vormen en daarbij de traditie met een eigen frisse aanpak mooi combineren. Het publiek kan deze afsluiter dan ook best appreciëren.

enkele nabeschouwingen

Met 550 toeschouwers was het festival opnieuw een schot in de roos. Het dreigt echter een beetje het slachtoffer te worden van zijn eigen succes en uit zijn voegen te groeien. Dan lijken er ons maar twee mogelijkheden: ofwel het aantal toeschouwers beperken, met als gevolg dat het festival gedoemd wordt om vrij kleinschalig te blijven, wat dan weer de financiële en dus artistieke mogelijkheden beperkt. Ofwel uitwijken naar een andere locatie met meer toeschouwers, maar waarschijnlijk dan met een minder intieme setting. We prijzen ons gelukkig dat we het antwoord niet moeten geven op dit quasi-dilemma. Maar misschien hebben de organisatoren wel een verrassende tussenoplossing in petto.

Als we het programma van de nog komende (grotere) festivals van de blueskalender overlopen, dan houden we eerlijk gezegd een beetje ons hart vast voor de vele stevige gitaarbands die wijdverspreid op de affiches prijken. Net als de klimaatverandering valt deze trend niet te ontkennen. Het is natuurlijk geen zaak van zwart of wit en vele parameters moeten met elkaar matchen. Specifiek denken we dan aan de financiële leefbaarheid van de festivals. Maar het siert een aantal (meestal kleinere) festivals om niet of niet helemaal mee te gaan in deze trend. Zo ook het Blues Zuidrand Festival. En dat bovenop de prima organisatie, de aangename setting en de leuke sfeer. Laat maar komen, die derde editie.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout