|
         

|
Swing Wespelaar
dorpskern, Wespelaar - 21, 22 en 23 augustus
2026
Wespelaar
ligt op de grens waar de
Brabantse Kempen en het
Dijleland elkaar
gedesillusioneerd ontmoeten.
Vanwaar deze deceptie, vraag
je? Wel, in dit dorp valt er
wellicht 362 dagen per jaar –
363 in een schrikkeljaar –
geen moer te beleven. Maar...
telkens is het er het derde
volle weekend van augustus
feest, tenminste voor al wie
zich een beetje
bluesliefhebber noemt. Swing
Wespelaar is het grootste
gratis bluesfestival in België
en heeft een gevarieerd
internationaal programma dat
heel wat uiteenlopende
deelgenres van de blues
beslaat. Het is dus evident,
zo klaar als pompwater en
tegelijk ook vanzelfsprekend
dat wij van Back To The Roots
present tekenen om verslag uit
te brengen van dit
muziekfestijn.
vrijdag
21 augustus
Even
zag het ernaar uit dat die
zwakzinnige weergoden na ons
weken met een verzengende hitte
te hebben belaagd, ons ook hier
de doemp uit de ogen zouden
pesten. Niets is erger voor een
openluchtfestival dan regen en
even voor aanvang van de eerste
festivaldag viel ons een
kolossale plensbui ten deel.
Nochtans had Jacotte beloofd dat
het in het centrum droog zou
blijven. Welk centrum heeft ze
er niet bij gezegd en we leven
op hoop want Swing Blues speelt
zich af in de dorpskern van
Wespelaar, vlakbij de kerk. Dat
is toch het centrum, niet?
Stipt om 19.00 u.
mag Tom Eylenbosch de
festiviteiten inluiden met zijn
gloednieuwe Brittle Bone
Band. Wie blues
vereenzelvigt met veel
gitaarwerk heeft ten eerste een
onvolledige beeldvorming en is
er ten tweede met deze band aan
voor de moeite. De winnaar van
de Belgian Blues Challenge 2025
is een meester op de piano en in
zijn band vinden we ook
harmonica, drums, bas, saxofoon
en trombone. Een vol uur lang
ligt New Orleans in Brabant. Tom
brengt o.a. prachtige versies
van 'Iko Iko' (James 'Sugar Boy'
Crawford & His Cane Cutters,
1953) en 'Mess Around' (Ray
Charles, 1953). Hij brengt niet
alleen klassiekers maar verbuigt
bijvoorbeeld ook 'It's All Over
Now' tot onvervalste Nola-stijl.
Neen, dit nummer is niet van de
Rollings Stones maar werd in
1964 door Bobby Womack
geschreven voor The Valentino's.
Ook Tiny Legs Tim komt
songkeuzegewijs even voorbij.
Tom horen we doorgaans solo of
in duo. In deze setting is hij
echter een onderdeel van een
groter geheel. Zijn virtuositeit
op piano is zeer zeker aanwezig
maar iets minder prominent
hoorbaar. De blazers eisen mee
de hoofdrol op, maar dat is
uiteraard typerend voor deze
muziek. Tom & co – uiteraard
niet te verwarren met de gekende
dierenspeciaalzaak – roepen
perfect de sfeer op van de
'marching bands' en de 'parades'
in New Orleans en krijgen
daarmee moeiteloos de voetjes
aan het stampen en de handjes
aan het klappen. Een eervolle
vermelding gaat nog uit naar
harmonicaspeler Olivier Vander
Bauwede die Toms muziek heel
passend en stijlvol ondersteunt,
waarmee zijn veelzijdigheid
nogmaals is bewezen.
Bluesveteraan Zac
Harmon, uit Jackson,
Mississippi, is er ondertussen
69 maar maakt een zeer frisse,
ja, zelfs een patente indruk.
Zijn band heet The Drive en alle
leden ervan komen uit de regio
Dallas, Texas. Er valt absoluut
geen stijlbreuk tussen Zac en de
zijnen te bekennen. Mocht je dat
vermoeden, dan willen we je
gelijk geruststellen. Wanneer
Zac vrij vroeg in de set
aankondigt dat hij een liedje
wil opdragen aan alle mannen
ouder dan vijftig, dan weten we
het al. Daar komt de 'Blue Pill
Thrill', één van zijn
lijfliederen. Of het publiek
aandachtig genoeg naar de tekst
luistert om de niet al te
metaforische tekst volledig mee
te hebben, laten we in het
midden. Nochtans mag een
aanzienlijk percentage van de
toeschouwers, ons dunkt, zich
aangesproken voelen. Harmon
speelt voornamelijk
standaardblues maar verloochent
zijn komaf niet. Hij brengt toch
wel een aantal nummers in die
typische pulserende
Mississippi-stijl. Of hij ons
mag meenemen naar een juke-joint
op het platteland, vraagt hij.
Natuurlijk mag hij dat. We
willen niets liever.
'Mississippi Barbecue' is heel
dansbaar, ietwat in de
bluesoul-stijl van Johnny Rawls.
We vergapen ons aan de
klokvastheid van de drummer en
gitarist Kingston 'Soul Fingas'
Livingston poneert een soulvolle
gitaarsolo waarin de noten bijna
zingen en de rijke volle klank
samen met subtiele
snaarverbuigingen voor een diep
en menselijk geluid zorgen.
Trouwens, Zac zelf speelt ook
niet onaardig gitaar en gelukkig
neemt hij vandaag de lead. We
zagen hem enkele jaren geleden
en toen leek hij zich op
instrumentaal vlak in zijn eigen
band in een begeleidersrol te
wringen. Ook zeer leuk is de
uptempo Mississippi-versie van
'Forty Days And Forty Nights',
door Willie Dixon in 1956
geschreven voor Muddy Waters.
Het is 22.45 u.
en de 55-jarige bluesrocker uit
St. Louis, Mike Zito,
mag aan zijn set beginnen. Dat
is netjes op tijd, in
tegenstelling tot zijn optreden
op Hookrock, vorige maand, waar
hij vanwege de vertraging op de
transportband was gezet met
honderd gram buskruit in zijn
broekzak. Mike houdt er niet van
om onder druk te worden gezet.
We gaan hier niet al te diep op
in, maar in het verleden kampte
hij met een aantal verslavingen,
trauma's en mentale
kwetsbaarheden. Daar is hij
trouwens heel openhartig over op
zijn persoonlijk platform
'Bluesman In Recovery'. Zito
staat net zo goed synoniem voor
veerkracht, integriteit,
zelfreflectie, gedrevenheid en
passie. Al die zaken hoor je
terug in zijn muziek. Opnieuw
stellen we vast dat Mike niet
zomaar bij de dertien uit het
bluesrockdozijn hoort. Hij gaat
verder, hij gaat dieper. Zijn
vertolkingen zijn verre van
emotieloos en elke noot uit zijn
Fender Stratocaster moet klinken
zoals ze is bedoeld. Bijwijlen
snijdt Zito door merg en been.
Voor wie zich in zijn situatie
kan verplaatsen is de song 'Life
Is Hard' ronduit
huiveringwekkend. Ontzettend
aangrijpend bezingt Mike de
tegenslagen die een mens op het
levenspad vergezellen, op weg
naar de dood. "Life is hard,
and then you die"; elke
keer hij het zingt, komt het als
een mokerslag binnen. Je moet
weten dat dit nummer stamt uit
het gelijkname album uit 2024.
Zijn vrouw had toen net de
strijd tegen kanker verloren.
Zito blijkt de juiste keuze om
deze eerste festivaldag af te
sluiten. Het publiek is volledig
één met hem. Respect!
zaterdag 22 augustus
De tweede
festivaldag vatten we aan met
een akoestisch kwartet uit
Duitsland, The See See
Riders. Het is de eerste
keer dat de band in deze
vierkoppige configuratie
optreedt in België. Over wat een
See See Rider (of C.C. rider of
nog easy rider) juist is,
bestaan er talloze,
uiteenlopende versies. Hoewel de
song al veel eerder bestond, nam
Ma Rainey 'See See Rider' in
1924 op, in een periode waarin
verschillende populaire
muziekstijlen nogal door elkaar
liepen. Later werd de song door
talrijke artiesten gecoverd,
o.a. door Elvis Presley. Het
repertoire van de band is een
kleine smeltkroes van net die
stijlen van het begin van de
twintigste eeuw zoals ragtime,
jugband, honky tonk en folk,
allemaal met een bluesy
ondertoon. Eigen composities
wisselen elkaar af met originals
zoals 'Down By The Riverside' of
covers zoals de country-song
'Drivin' Nails In My Coffin'. Af
en toe sluipt er een
humoristische noot in zoals het
thema van 'The Pink Panther'.
Met hun instrumenten (dobro,
viool, double bass en gewone
akoestische gitaar) kunnen ze
vlot overweg maar ze vallen
vooral op door de goede,
meerstemmige samenzang.
Eigenlijk is dit een leuk
aperitiefconcert voor het
publiek, dat langzaam maar zeker
begint toe te stromen.
Na een Duits
kwartet krijgen we het
Italiaanse trio Gloria and
the Doctors als tweede act
van de dag. De samenstelling van
het trio oogt wat ongewoon:
centraal op het podium Gloria
Turrini als zingende drumster,
bijgestaan door Riccardo Ferrini
op gitaar en Simone Scifoni aan
de toetsen. Met haar opvallend
gekleurd haar en buitenmaatse
zonnebril is Gloria een beetje
een visueel buitenbeentje. In
tegenstelling echter tot haar
imposante carrure bespeelt ze de
drums met een zachte touch. We
krijgen een frisse mengeling van
soul, ballades, trage boogies en
blues. Geregeld past de band
middenin een song ritmische
verschuivingen door, maar de
NOLA-beat blijft de
gemeenschappelijk onderstroom.
Gloria is goed bij stem zowel
qua bereik, toonvastheid als
intonatie en weet het publiek
evenzeer te bekoren van achter
haar micro of off-mike, wanneer
ze van achter haar drumstel
komt. Zo brengt op pakkende
wijze de zelfgeschreven ballade
'She's Got You'. Doorheen het
optreden zet de pianist
uitgebreide solo's neer en de
gitarist doet met zijn eerder
minimalistisch maar doeltreffend
slide-spel bij momenten denken
aan Ry Cooder. Beide zijn prima
musici, die de zang van Gloria
mooi aanvullen.
We zouden het
optreden van Eddy Smith
& The 507 kunnen
samenvatten als powersoul met
een stem als Joe Cocker. Maar
dat zou deze band duidelijk
oneer aandoen. Natuurlijk heeft
Eddy Smith een krachtige stem,
die onmiddellijk doet denken aan
zijn illustere voorganger. Op
een energieke wijze stuurt hij
van achter zijn keyboard de band
aan, die moeiteloos volgt met
strakke drums en bas. Het nummer
507 verwijst trouwens naar de
'room 507' op de universiteit
waar de bandleden elkaar leerden
kennen. Ook ballades gaan Eddy
goed af zoals 'Strangers (Since
I'v Been Loving You)'. Of de
song 'The Ballad Of Bobby Grey',
die als ballade wordt ingezet en
eerst overgaat in een
countryrocknummer, om te
eindigen als mainstream rock.
Ja, ze zijn van vele markten
thuis en met hun hechte set
laten ze de temperatuur bij het
publiek duidelijk enkele graden
stijgen. Als bisnummer krijgen
we nog de Beatles-cover 'With A
Little Help From My Friends' in
de stijl van, hoe kan het ook
anders, Joe Cocker.
Toen we de
affiche van deze editie van het
festival voor het eerst zagen,
vroegen we ons al af waarom er
nu net een gitaar van het merk
B.C. Rich op staat. B.C. Rich is
namelijk een merk voor hardrock-
en metalgitaristen. Na de
doorgang van Leilani Kilgore
kenden we het antwoord. Deze
quasi hardrockset kan ons echter
alles behalve bekoren. Of een
dergelijk optreden thuishoort op
een festival als Swing, laten we
hier in het midden. Een
aanzienlijk deel van het publiek
vond het trouwens best okay.
Abstractie gemaakt van het
genre, stelt het muzikaal en
gitaar-technisch niet zo veel
voor. Bij de zang van Leilani
komt de omschrijving 'staan
roepen in het bos' spontaan in
ons op. En als het dan toch om
de knallende gitaren gaat, geef
ons dan maar een Mike Zito
bijvoorbeeld. Ander en beter was
het besluit en tijd om een
hamburger te gaan eten aan de
stand van de lokale
Chiro-afdeling, kwestie van de
jeugd te ondersteunen.
Met The
Cinelli Brothers was het
inderdaad zeker anders en zeker
beter. Wat een prachtig optreden
van deze energieke band waarvan
de leden zeer goed op elkaar
zijn ingespeeld. Verschillende
onder hen zijn trouwens
multi-instrumentalisten en de
rollen wisselen geregeld tussen
de gitaren, mondharmonica,
keyboard en bas. Ook staan ze
alle vier in voor de zang,
afwisselend als solo-zanger of
in close harmony. Het pallet van
de band beslaat verschillende
stijlen en de songs zijn veelal
doorspekt met een funky groove.
Met het aanstekelijke 'Leave It
With You' nemen de Cinelli's het
publiek onmiddellijk op
sleeptouw. Vervolgens gaat het
verder met onder andere het
bluesy 'Save Me' en de
instrumental 'Pencil Pusher
Doze', die wordt ingezet als een
hommage aan Booker T. & the
M.G.'s, vervolgens vervelt tot
een slowblues, om daarna als
shuffle terug te versnellen en
tenslotte te eindigen met weer
die Booker T.-vibe. Heel mooi
gedaan. Met 'Don't Let Me Down'
krijgen we de tweede
Beatles-cover van de dag. Maar
ook een Chicago-shuffle als
'Spell On Me' of een boogie als
'Choo Ma Gum' ontbreken niet op
de setlist. Om dit optreden van
een hoogstaand niveau af te
sluiten, keren we met 'Wild
Thing' nog een keer terug naar
de sixties.
Janiva Magness
kan het niveau van de vorige
band moeiteloos evenaren, zij
het dan wel op haar eigen wijze.
Deze grande dame van de
hedendaagse blues en R&B
heeft er dan ook verschillende
decennia ervaring opzitten. Met
de shuffle 'My Bad Luck Soul'
opent ze haar optreden. Initieel
staan we dicht bij het podium om
een glimp van Janiva op te
vangen. Te dicht echter, want in
de soundmix overstemt de
ritmesectie de piano en de
gitaar. Achteruit dan maar, waar
de beter uitgebalanceerde sound
ons direct laat genieten van de
cover 'Slipped, Tripped And Fell
In Love'. Ondertussen is
Janiva's stem er goed
doorgekomen en krijgen we de
nummers zoals het funky 'The
Last Time (I'll turn my back on
you)'. Ze komt helemaal op de
dreef met haar eigen nummer
'Closer' (I'm a little bit
older, little bit wiser, little
bit closer to the grave). De
mooie vibrato in haar stem
krijgen we nogmaals te horen
wanneer ze gezeten op de trap
naast het podium de ballade 'You
Were Never Mine' brengt. Zach
Zunis is sinds jaar en dag de
uitstekende begeleidingsgitarist
van Janiva. Hij kan ook op de
voorgrond treden en tijdens het
funky 'Walkin' In The Sun' trekt
hij stevig van leer met een
mooie gitaarsolo à la Albert
King. Met het opzwepende
soulnummer 'Don't You Forget
About Me' wordt de set
afgesloten. Een set doorweven
met veel levenswijsheid,
ongecompliceerd en met een
gelooide stem gebracht. Pure
klasse gewoon.
Enkele decennia
geleden, toen we Eric
Sardinas voor het eerst
zagen, hebben we ons reeds de
vraag gesteld wanneer hij zou
beginnen vuurspuwen op het
podium. Zo onheilspellend zag
hij er toen reeds uit. Gelukkig
is het nog nooit zo ver gekomen,
want dat zou pas gevaarlijk
worden met zijn outfit, waarmee
hij zo van de set van 'Pirates
Of The Caribbean' lijkt
weggelopen. Van die outfit
gesproken, velen vragen zich af
of dat een opgeplakt snorretje
is en of dat die lange lokken nu
al dan niet aan die hoed
vasthangen. Niemand die het
aandurft om er eens aan te
trekken… Alle gekheid op een
stokje, met Eric Sardinas weet
je natuurlijk wat je te wachten
staat: (te?) luide gitaar door
een Marshall half-stack,
gecombineerd met stevige boogies
en gierend slide-spel. Geen spek
voor ieders bek dus. Na enkele
nummers houden we het dan ook
voor bekeken en laten de fans
genieten van het nachtelijke
optreden. Als we een kleine
tussentijdse evaluatie maken van
deze tweede festivaldag, dan
valt het ons op dat de bands met
een goed samenspel, een
harmonieuze samenzang en/of
muzikale capaciteiten naar boven
drijven, ongeacht het genre dat
ze brengen. De egotrippers
vallen door de mand. We laten
het aan de lezer om zelf te
bepalen wie hij of zij in welke
categorie onderbrengt.
Blikken
we tot slot nog even naar de
jamsessies op het kleine
zijpodium; nu ja, klein kan je
het niet echt meer noemen. Net
als het volume, waarvan we de
indruk hebben dat het ieder jaar
iets harder gaat. Niet altijd
even getalenteerd, maar allen
met de nodige dosis
enthousiasme, dus chapeau aan al
deze muzikanten. Vermelden we
speciaal de jonge Sander
Sepanski, alias Anton Lee, die
opvalt door zijn zang, zijn
gitaarspel en het uitgebreide
gamma aan songs die hij (nu
reeds) beheerst.
zondag 23 augustus
Onze
Nederlandse vrienden hebben een
prachtig woord voor iets dat heel
evident of belachelijk eenvoudig
is. Ze noemen dat
'pindakaaspoepen'. Welnu, drie
dagen de aandacht scherp houden
voor wat er op een festivalpodium
gebeurt en daar gedegen
verslaggeving en beeldmateriaal
van afleveren is geen
pindakaaspoepen. En toch zijn we
helemaal klaar voor dag drie van
Swing Wespelaar. Het programma
bevat enkele acts waar we enorm
naar uitkijken en die geven ons,
nog voor de eerste noot klinkt, al
bakken energie...
Het is 13.30 u. en
op het podium verschijnt Nienke
Dingemans, het kleine
sympathieke opdondertje dat
ondanks haar jeugdige leeftijd –
ze is na vandaag nog drie dagen 21
– bulkt van het vakmanschap. De
Dutch Blues Foundation kende haar
in 2023 de Dutch Blues Award voor
'jong talent' toe en dat hebben we
niet van horen zeggen. We waren er
toen bij in de Rustende Jager in
Nieuw Vennep. Nienke komt uit
Ossendrecht. Dat ligt vlakbij het
Nederlandse stukje Kalmthoutse
Heide, dus eigenlijk bijna in
België. "Doorgaans vertel ik
mijn publiek dat ik uit het
zuiden kom", zegt ze. "Maar
nu bevind ik mij zuidelijker dan
waar ik vandaan kom, dus moet ik
iets anders verzinnen." Ha!
Een meid met humor. Zo hebben we
het graag. Het leeuwendeel van
haar set besteedt Nienke niet aan
de standaard twaalfmatenblues maar
de thematiek klopt helemaal,
bijvoorbeeld in het zwaarbeladen
'Why The Caged Bird Sings' over de
donkere krochten van het leven. De
sound van de band wordt mee
bepaald door gitarist Marc Jansen
die we kennen van bij Marlon
Pichel en The Gumbo Kings maar
hier ietwat onstuimiger musiceert.
Ook Nienkes originele benadering
van de Ike & Tina
Turner-klassieker 'Proud Mary'
blijft ons bij. En wat we vooral
appreciëren is de manier waarop ze
zingt. Ze heeft een prachtige
heldere stem en ze doet niet de
minste moeite om rauwer en meer
doorleefd te klinken dan ze is.
Houden zo, Nienke! Je doet het
geweldig!
Ook de volgende
artiest is piepjong. De 23-jarige
Braziliaanse Guto Konrad
maakt hier zijn Belgische debuut.
Meteen valt op dat hij een
linkshandige hals op een
rechtshandige Stratocaster heeft
gemonteerd maar zijn instrument is
normaal besnaard, dus met de lage
E-snaar bovenaan. Het is dus
louter een visuele gimmick die aan
Jimi Hendrix doet denken. Alsof
zijn gitaarspel zelf niet
duidelijk genoeg zou zijn! Niets,
maar dan ook niets laat Guto aan
de verbeelding over. Alleen
produceert hij niet zoveel
distorsie als Hendrix en net zoals
Nienke zingt ook hij ongeforceerd
met een heldere stem. Dit is de
gepasteuriseerde versie van Jimi
Hendrix; bluesrock in de
beschaafde vorm, zeg maar. Het
publiek lust dit; zoveel is zeker.
Maar naarmate de show vordert,
krijgen wij ergens de indruk dat
alle nummers qua opbouw en
structuur wel heel erg op elkaar
lijken. Konrad is een groots
gitaartalent, daar valt absoluut
niet over te redetwisten. En we
zien hem in de toekomst graag nog
terug, eventueel in de meer
intieme setting van een club, maar
dan met een meer divers
stilistisch kleurenpalet. Hij kan
het nochtans hoor. Na afloop van
zijn set breken de toeschouwers de
scheur open voor een toegift en
daar komt Guto verdorie toch wel
aanzetten met iets fantastisch
waarvoor hij blijkbaar bij Otis
Rush leentjebuur heeft gespeeld...
Met de volgende
bands zijn we aanbeland bij de
acts waar we zodanig reikhalzend
naar uitkijken dat we er onze
atlas-axisconstructie niet bepaald
een plezier mee doen. Te beginnen
met de 31-jarige zanger-gitarist Skyler
Saufley die in 2023 werd
opgenomen in de Alabama Blues Hall
Of Fame. Skyler wordt omringd door
een Franse ritmesectie (drummer
Denis Agenet en contrabassist
Abdell B Bop) en de meer dan
voortreffelijke Argentijnse jazz-
en bluespianiste Anita Fabiani die
tegenwoordig vanuit Toulouse
opereert. Of ze beroepshalve
chirurg is, vraag je? Neen,
natuurlijk niet. Doe nou maar niet
alsof je ons niet begrijpt. Skyler
maakt de rhythm-and-blues van 70
jaar geleden weer attractief voor
het publiek van vandaag. In dit
publiek zien we een flink aantal
frisse popjes wel heel elegant
meedeinen op de tonen van de
korte, speelse maar immer knap
gespeelde nummers. Skyler heeft
geen bataljon pedalen nodig, maar
tovert de tremolo's vlekkeloos uit
zijn instrument en uit zijn
vingers. Hij speelt geen noot
teveel en herleidt de muziek – die
wij voorzichtig bij die van een
James Hunter of Marlon Pichel
catalogeren – zeer accuraat tot de
pure essentie. Zijn versies van
'The Things I Used To Do' (Guitar
Slim, 1953) en vooral 'The Crawl'
(in 1958 door Eddie Shuler
geschreven voor Guitar Jr. alias
Lonnie Brooks) zijn weergaloos!
Terwijl we door de mensenzee
laveren om aan de andere kant van
het podium wat plaatjes te
schieten spreekt een volstrekt
onbekende ons aan. "Dit is in
vergelijking met het vorige toch
wel meer mijn muziek",
zegt hij. We spreken hem –
uiteraard – niet tegen.
Om 18.30 u. is het
tijd voor wat voor ons het
hoogtepunt van de dag zou moeten
worden. Sinds Marc 'TEE' Thijs
in 2023 zijn comeback inluidde
hebben wij het al hier, daar en ginds over
hem gehad. Heb je geklikt? Gelezen
ook? Ben je terug? Okay, dan weet
je hoe na de ongekroonde koning
van de Belgische blues ons aan het
hart ligt. In zijn band heeft Marc
vandaag de Franse drummer Fabrice
Bessouat, de Luikse bassist Renaud
Lesire, de Schotense saxofonist
André de Laat en voor de
gelegenheid de Nederlandse
Hammondspeler Roel Spanjers. Marc
neemt zijn muziek bijzonder
ernstig en laat zich bijgevolg
enkel door de allerbesten
begeleiden. Marc struint
zelfverzekerd en op zijn gemak
door zijn vroegere repertoire
('Double Fool') maar gebruikt het
publiek ook als proefkonijn voor
nieuw materiaal ('The Scar'). We
horen veel dingen die zo uit de Hi
Records-cataloog van Joe Cuoghi en
Willie Mitchell zouden kunnen
komen. Zijn gitaarklank is
fenomenaal. Dit is de blues, lieve
mensen! Artiesten als Otis Rush,
B.B. King, T-Bone Walker, Lowell
Fulson en Clarence 'Gatemouth'
Brown zitten diep in Marcs brein
en vingers verankerd en ze komen
er miljaardedju allemaal ook weer
uit. Niet één voor één, maar als
een amalgaam dat zich heeft
ontwikkeld als TEE's eigen,
onnavolgbare stijl. Niemand anders
kan dit. Niemand! Tussen pot en
pint zeggen we het al eens, en
misschien hebben we het ook al
eens geschreven, maar laat ons nou
maar even 'loud and clear' wezen:
Marc Thijs is de grootste
Belgische bluesman aller tijden!
In BTTR 136 dat in september
verschijnt, zullen wij het daar
uitgebreid over hebben. Wat vraag
je? Of TEE nu het hoogtepunt van
de dag is geworden? Komaan zeg!
Was het nu nog niet duidelijk?
Het is kwart over
acht en tijd voor het tweede
kleine opdondertje van de dag. Kat
Riggins uit Florida is hier
in de lage landen zeker geen
onbekende. Haar explosieve
optredens zijn steeds weer een
belevenis op zich. Ook nu raast
Kat over het podium dat het een
lieve lust is. Wat een bommetje!
Wat een raketje! De duisternis
begint te vallen en met een iets
groter diafragma en een wat
langere sluitertijd proberen we
die angstvallig te ontwijken maar
zo is het geen... euh...
pindakaaspoepen – wat een zalig
woord is dat toch – om haar scherp
voor onze lens te vangen. Kat
heeft een heel gedreven funky
bluesband bij, waarin we enkele
bekende tronies ontwaren: gitarist
Hein Meijer (Little Boogie Boy) en
bassist Brian Kruit (van bij
Marlon Pichel). Kat toont zich
heel betrokken bij de thema's van
haar nummers en wordt bijwijlen
een tikkeltje emotioneel. Zoals
bijvoorbeeld wanneer ze vertelt
over een nummer dat ze voor haar
neefjes, nichtjes en metekindjes
schreef; en dat ze die kinderen
voor eeuwig klein zou willen
houden om hen te beschermen tegen
al wat vandaag in de wereld
gebeurt. Ook in 'The Heavy' laat
Kat haar gevoelige kant zien. "We
have to carry the heavy as
one..." Maar Kat Riggins
staat ook altijd synoniem voor een
feestje en dat is hier niet
anders. Ze brengt werk uit haar
nieuwe album 'Everyday Is
Saturday' en stelt daarbij dat we
nooit moeten wachten tot in het
weekend om wat plezier in het
leven te vinden. 'Dancing Till The
Lights Come On' gaat erin als
zoetekoek. Wanneer Kat een liedje
over girlpower aankondigt,
lanceert ze lachend de oneliner "fellas,
don't be jealous" en bij de
intro van haar funky versie van
'Hound Dog' bedankt ze Elvis om
het nummer bekend te maken. Het
wervelende optreden komt na bijna
anderhalf uur tot een einde met
het stomende bisnummer 'Going
Down' (oorspronkelijk van
Stax-artiest Don Nix maar in 1971
de bekendheid in gespeeld door
Freddie King).
De Britse
punkrockband The Temperance
Movement, die hier in 2018
headliner op zaterdag was, mag nu
een strik om de 38ste editie van
Swing Wespelaar doen. Acht jaar
geleden schreven we dat deze
muziek met blues totaal geen
uitstaans heeft. Dat is nog steeds
zo. We schreven ook dat zanger
Phil Campbell een hele container
overmaatse fusees in zijn
hyperkinetische gat had steken.
Dat is nog steeds zo. En als de
geschiedenis zich dan toch moet
herhalen, dan is dat net op
dezelfde manier als toen. We laten
deze kwieten enkele nummers over
ons heen walsen maar maken al snel
de keuze voor enkele Duvels in
café Den Ouden Tijd in Leuven.
Swing
Wespelaar 2026 zit er op. We
onthouden deze editie als zeer
gevarieerd, met veel fijne
momenten en een evenwichtige mix
van gevestigde waarden en jong
talent waarmee de blues tot op
vandaag overduidelijk is gezegend.
Goddank! Hèhè!
reageer
op dit artikel
terug
naar de index van de
concert- en
festivalrecensies
Naast de concert- en
festivalverslagen op deze
website is Back To
The Roots sinds 1995 het meest
complete en veelzijdige
tijdschrift voor blues
en verwante muziekstijlen.
Vijf keer per jaar brengen we
u nieuws, achtergrond,
interviews, reportages, cd- en
dvd-recensies, boeken, de
meest complete blueskalender,
enz... Nog geen
abonnee? Klik
hier voor meer info.
|
foto's:
© Franky Bruneel
|