Swing Wespelaar
dorpskern, Wespelaar - 21, 22 en 23
augustus 2026

Wespelaar ligt op de grens waar de Brabantse Kempen en het Dijleland elkaar gedesillusioneerd ontmoeten. Vanwaar deze deceptie, vraag je? Wel, in dit dorp valt er wellicht 362 dagen per jaar – 363 in een schrikkeljaar – geen moer te beleven. Maar... telkens is het er het derde volle weekend van augustus feest, tenminste voor al wie zich een beetje bluesliefhebber noemt. Swing Wespelaar is het grootste gratis bluesfestival in België en heeft een gevarieerd internationaal programma dat heel wat uiteenlopende deelgenres van de blues beslaat. Het is dus evident, zo klaar als pompwater en tegelijk ook vanzelfsprekend dat wij van Back To The Roots present tekenen om verslag uit te brengen van dit muziekfestijn.

vrijdag 21 augustus

Even zag het ernaar uit dat die zwakzinnige weergoden na ons weken met een verzengende hitte te hebben belaagd, ons ook hier de doemp uit de ogen zouden pesten. Niets is erger voor een openluchtfestival dan regen en even voor aanvang van de eerste festivaldag viel ons een kolossale plensbui ten deel. Nochtans had Jacotte beloofd dat het in het centrum droog zou blijven. Welk centrum heeft ze er niet bij gezegd en we leven op hoop want Swing Blues speelt zich af in de dorpskern van Wespelaar, vlakbij de kerk. Dat is toch het centrum, niet?

Stipt om 19.00 u. mag Tom Eylenbosch de festiviteiten inluiden met zijn gloednieuwe Brittle Bone Band. Wie blues vereenzelvigt met veel gitaarwerk heeft ten eerste een onvolledige beeldvorming en is er ten tweede met deze band aan voor de moeite. De winnaar van de Belgian Blues Challenge 2025 is een meester op de piano en in zijn band vinden we ook harmonica, drums, bas, saxofoon en trombone. Een vol uur lang ligt New Orleans in Brabant. Tom brengt o.a. prachtige versies van 'Iko Iko' (James 'Sugar Boy' Crawford & His Cane Cutters, 1953) en 'Mess Around' (Ray Charles, 1953). Hij brengt niet alleen klassiekers maar verbuigt bijvoorbeeld ook 'It's All Over Now' tot onvervalste Nola-stijl. Neen, dit nummer is niet van de Rollings Stones maar werd in 1964 door Bobby Womack geschreven voor The Valentino's. Ook Tiny Legs Tim komt songkeuzegewijs even voorbij. Tom horen we doorgaans solo of in duo. In deze setting is hij echter een onderdeel van een groter geheel. Zijn virtuositeit op piano is zeer zeker aanwezig maar iets minder prominent hoorbaar. De blazers eisen mee de hoofdrol op, maar dat is uiteraard typerend voor deze muziek. Tom & co – uiteraard niet te verwarren met de gekende dierenspeciaalzaak – roepen perfect de sfeer op van de 'marching bands' en de 'parades' in New Orleans en krijgen daarmee moeiteloos de voetjes aan het stampen en de handjes aan het klappen. Een eervolle vermelding gaat nog uit naar harmonicaspeler Olivier Vander Bauwede die Toms muziek heel passend en stijlvol ondersteunt, waarmee zijn veelzijdigheid nogmaals is bewezen.

Bluesveteraan Zac Harmon, uit Jackson, Mississippi, is er ondertussen 69 maar maakt een zeer frisse, ja, zelfs een patente indruk. Zijn band heet The Drive en alle leden ervan komen uit de regio Dallas, Texas. Er valt absoluut geen stijlbreuk tussen Zac en de zijnen te bekennen. Mocht je dat vermoeden, dan willen we je gelijk geruststellen. Wanneer Zac vrij vroeg in de set aankondigt dat hij een liedje wil opdragen aan alle mannen ouder dan vijftig, dan weten we het al. Daar komt de 'Blue Pill Thrill', één van zijn lijfliederen. Of het publiek aandachtig genoeg naar de tekst luistert om de niet al te metaforische tekst volledig mee te hebben, laten we in het midden. Nochtans mag een aanzienlijk percentage van de toeschouwers, ons dunkt, zich aangesproken voelen. Harmon speelt voornamelijk standaardblues maar verloochent zijn komaf niet. Hij brengt toch wel een aantal nummers in die typische pulserende Mississippi-stijl. Of hij ons mag meenemen naar een juke-joint op het platteland, vraagt hij. Natuurlijk mag hij dat. We willen niets liever. 'Mississippi Barbecue' is heel dansbaar, ietwat in de bluesoul-stijl van Johnny Rawls. We vergapen ons aan de klokvastheid van de drummer en gitarist Kingston 'Soul Fingas' Livingston poneert een soulvolle gitaarsolo waarin de noten bijna zingen en de rijke volle klank samen met subtiele snaarverbuigingen voor een diep en menselijk geluid zorgen. Trouwens, Zac zelf speelt ook niet onaardig gitaar en gelukkig neemt hij vandaag de lead. We zagen hem enkele jaren geleden en toen leek hij zich op instrumentaal vlak in zijn eigen band in een begeleidersrol te wringen. Ook zeer leuk is de uptempo Mississippi-versie van 'Forty Days And Forty Nights', door Willie Dixon in 1956 geschreven voor Muddy Waters.

Het is 22.45 u. en de 55-jarige bluesrocker uit St. Louis, Mike Zito, mag aan zijn set beginnen. Dat is netjes op tijd, in tegenstelling tot zijn optreden op Hookrock, vorige maand, waar hij vanwege de vertraging op de transportband was gezet met honderd gram buskruit in zijn broekzak. Mike houdt er niet van om onder druk te worden gezet. We gaan hier niet al te diep op in, maar in het verleden kampte hij met een aantal verslavingen, trauma's en mentale kwetsbaarheden. Daar is hij trouwens heel openhartig over op zijn persoonlijk platform 'Bluesman In Recovery'. Zito staat net zo goed synoniem voor veerkracht, integriteit, zelfreflectie, gedrevenheid en passie. Al die zaken hoor je terug in zijn muziek. Opnieuw stellen we vast dat Mike niet zomaar bij de dertien uit het bluesrockdozijn hoort. Hij gaat verder, hij gaat dieper. Zijn vertolkingen zijn verre van emotieloos en elke noot uit zijn Fender Stratocaster moet klinken zoals ze is bedoeld. Bijwijlen snijdt Zito door merg en been. Voor wie zich in zijn situatie kan verplaatsen is de song 'Life Is Hard' ronduit huiveringwekkend. Ontzettend aangrijpend bezingt Mike de tegenslagen die een mens op het levenspad vergezellen, op weg naar de dood. "Life is hard, and then you die"; elke keer hij het zingt, komt het als een mokerslag binnen. Je moet weten dat dit nummer stamt uit het gelijkname album uit 2024. Zijn vrouw had toen net de strijd tegen kanker verloren. Zito blijkt de juiste keuze om deze eerste festivaldag af te sluiten. Het publiek is volledig één met hem. Respect!

Franky Bruneel 


zaterdag 22 augustus

De tweede festivaldag vatten we aan met een akoestisch kwartet uit Duitsland, The See See Riders. Het is de eerste keer dat de band in deze vierkoppige configuratie optreedt in België. Over wat een See See Rider (of C.C. rider of nog easy rider) juist is, bestaan er talloze, uiteenlopende versies. Hoewel de song al veel eerder bestond, nam Ma Rainey 'See See Rider' in 1924 op, in een periode waarin verschillende populaire muziekstijlen nogal door elkaar liepen. Later werd de song door talrijke artiesten gecoverd, o.a. door Elvis Presley. Het repertoire van de band is een kleine smeltkroes van net die stijlen van het begin van de twintigste eeuw zoals ragtime, jugband, honky tonk en folk, allemaal met een bluesy ondertoon. Eigen composities wisselen elkaar af met originals zoals 'Down By The Riverside' of covers zoals de country-song 'Drivin' Nails In My Coffin'. Af en toe sluipt er een humoristische noot in zoals het thema van 'The Pink Panther'. Met hun instrumenten (dobro, viool, double bass en gewone akoestische gitaar) kunnen ze vlot overweg maar ze vallen vooral op door de goede, meerstemmige samenzang. Eigenlijk is dit een leuk aperitiefconcert voor het publiek, dat langzaam maar zeker begint toe te stromen.

Na een Duits kwartet krijgen we het Italiaanse trio Gloria and the Doctors als tweede act van de dag. De samenstelling van het trio oogt wat ongewoon: centraal op het podium Gloria Turrini als zingende drumster, bijgestaan door Riccardo Ferrini op gitaar en Simone Scifoni aan de toetsen. Met haar opvallend gekleurd haar en buitenmaatse zonnebril is Gloria een beetje een visueel buitenbeentje. In tegenstelling echter tot haar imposante carrure bespeelt ze de drums met een zachte touch. We krijgen een frisse mengeling van soul, ballades, trage boogies en blues. Geregeld past de band middenin een song ritmische verschuivingen door, maar de NOLA-beat blijft de gemeenschappelijk onderstroom. Gloria is goed bij stem zowel qua bereik, toonvastheid als intonatie en weet het publiek evenzeer te bekoren van achter haar micro of off-mike, wanneer ze van achter haar drumstel komt. Zo brengt op pakkende wijze de zelfgeschreven ballade 'She's Got You'. Doorheen het optreden zet de pianist uitgebreide solo's neer en de gitarist doet met zijn eerder minimalistisch maar doeltreffend slide-spel bij momenten denken aan Ry Cooder. Beide zijn prima musici, die de zang van Gloria mooi aanvullen.

We zouden het optreden van Eddy Smith & The 507 kunnen samenvatten als powersoul met een stem als Joe Cocker. Maar dat zou deze band duidelijk oneer aandoen. Natuurlijk heeft Eddy Smith een krachtige stem, die onmiddellijk doet denken aan zijn illustere voorganger. Op een energieke wijze stuurt hij van achter zijn keyboard de band aan, die moeiteloos volgt met strakke drums en bas. Het nummer 507 verwijst trouwens naar de 'room 507' op de universiteit waar de bandleden elkaar leerden kennen. Ook ballades gaan Eddy goed af zoals 'Strangers (Since I'v Been Loving You)'. Of de song 'The Ballad Of Bobby Grey', die als ballade wordt ingezet en eerst overgaat in een countryrocknummer, om te eindigen als mainstream rock. Ja, ze zijn van vele markten thuis en met hun hechte set laten ze de temperatuur bij het publiek duidelijk enkele graden stijgen. Als bisnummer krijgen we nog de Beatles-cover 'With A Little Help From My Friends' in de stijl van, hoe kan het ook anders, Joe Cocker.

Toen we de affiche van deze editie van het festival voor het eerst zagen, vroegen we ons al af waarom er nu net een gitaar van het merk B.C. Rich op staat. B.C. Rich is namelijk een merk voor hardrock- en metalgitaristen. Na de doorgang van Leilani Kilgore kenden we het antwoord. Deze quasi hardrockset kan ons echter alles behalve bekoren. Of een dergelijk optreden thuishoort op een festival als Swing, laten we hier in het midden. Een aanzienlijk deel van het publiek vond het trouwens best okay. Abstractie gemaakt van het genre, stelt het muzikaal en gitaar-technisch niet zo veel voor. Bij de zang van Leilani komt de omschrijving 'staan roepen in het bos' spontaan in ons op. En als het dan toch om de knallende gitaren gaat, geef ons dan maar een Mike Zito bijvoorbeeld. Ander en beter was het besluit en tijd om een hamburger te gaan eten aan de stand van de lokale Chiro-afdeling, kwestie van de jeugd te ondersteunen.

Met The Cinelli Brothers was het inderdaad zeker anders en zeker beter. Wat een prachtig optreden van deze energieke band waarvan de leden zeer goed op elkaar zijn ingespeeld. Verschillende onder hen zijn trouwens multi-instrumentalisten en de rollen wisselen geregeld tussen de gitaren, mondharmonica, keyboard en bas. Ook staan ze alle vier in voor de zang, afwisselend als solo-zanger of in close harmony. Het pallet van de band beslaat verschillende stijlen en de songs zijn veelal doorspekt met een funky groove. Met het aanstekelijke 'Leave It With You' nemen de Cinelli's het publiek onmiddellijk op sleeptouw. Vervolgens gaat het verder met onder andere het bluesy 'Save Me' en de instrumental 'Pencil Pusher Doze', die wordt ingezet als een hommage aan Booker T. & the M.G.'s, vervolgens vervelt tot een slowblues, om daarna als shuffle terug te versnellen en tenslotte te eindigen met weer die Booker T.-vibe. Heel mooi gedaan. Met 'Don't Let Me Down' krijgen we de tweede Beatles-cover van de dag. Maar ook een Chicago-shuffle als 'Spell On Me' of een boogie als 'Choo Ma Gum' ontbreken niet op de setlist. Om dit optreden van een hoogstaand niveau af te sluiten, keren we met 'Wild Thing' nog een keer terug naar de sixties.

Janiva Magness kan het niveau van de vorige band moeiteloos evenaren, zij het dan wel op haar eigen wijze. Deze grande dame van de hedendaagse blues en R&B heeft er dan ook verschillende decennia ervaring opzitten. Met de shuffle 'My Bad Luck Soul' opent ze haar optreden. Initieel staan we dicht bij het podium om een glimp van Janiva op te vangen. Te dicht echter, want in de soundmix overstemt de ritmesectie de piano en de gitaar. Achteruit dan maar, waar de beter uitgebalanceerde sound ons direct laat genieten van de cover 'Slipped, Tripped And Fell In Love'. Ondertussen is Janiva's stem er goed doorgekomen en krijgen we de nummers zoals het funky 'The Last Time (I'll turn my back on you)'. Ze komt helemaal op de dreef met haar eigen nummer 'Closer' (I'm a little bit older, little bit wiser, little bit closer to the grave). De mooie vibrato in haar stem krijgen we nogmaals te horen wanneer ze gezeten op de trap naast het podium de ballade 'You Were Never Mine' brengt. Zach Zunis is sinds jaar en dag de uitstekende begeleidingsgitarist van Janiva. Hij kan ook op de voorgrond treden en tijdens het funky 'Walkin' In The Sun' trekt hij stevig van leer met een mooie gitaarsolo à la Albert King. Met het opzwepende soulnummer 'Don't You Forget About Me' wordt de set afgesloten. Een set doorweven met veel levenswijsheid, ongecompliceerd en met een gelooide stem gebracht. Pure klasse gewoon.

Enkele decennia geleden, toen we Eric Sardinas voor het eerst zagen, hebben we ons reeds de vraag gesteld wanneer hij zou beginnen vuurspuwen op het podium. Zo onheilspellend zag hij er toen reeds uit. Gelukkig is het nog nooit zo ver gekomen, want dat zou pas gevaarlijk worden met zijn outfit, waarmee hij zo van de set van 'Pirates Of The Caribbean' lijkt weggelopen. Van die outfit gesproken, velen vragen zich af of dat een opgeplakt snorretje is en of dat die lange lokken nu al dan niet aan die hoed vasthangen. Niemand die het aandurft om er eens aan te trekken… Alle gekheid op een stokje, met Eric Sardinas weet je natuurlijk wat je te wachten staat: (te?) luide gitaar door een Marshall half-stack, gecombineerd met stevige boogies en gierend slide-spel. Geen spek voor ieders bek dus. Na enkele nummers houden we het dan ook voor bekeken en laten de fans genieten van het nachtelijke optreden. Als we een kleine tussentijdse evaluatie maken van deze tweede festivaldag, dan valt het ons op dat de bands met een goed samenspel, een harmonieuze samenzang en/of muzikale capaciteiten naar boven drijven, ongeacht het genre dat ze brengen. De egotrippers vallen door de mand. We laten het aan de lezer om zelf te bepalen wie hij of zij in welke categorie onderbrengt.

Blikken we tot slot nog even naar de jamsessies op het kleine zijpodium; nu ja, klein kan je het niet echt meer noemen. Net als het volume, waarvan we de indruk hebben dat het ieder jaar iets harder gaat. Niet altijd even getalenteerd, maar allen met de nodige dosis enthousiasme, dus chapeau aan al deze muzikanten. Vermelden we speciaal de jonge Sander Sepanski, alias Anton Lee, die opvalt door zijn zang, zijn gitaarspel en het uitgebreide gamma aan songs die hij (nu reeds) beheerst.

Kris Herrebout


zondag 23 augustus

Onze Nederlandse vrienden hebben een prachtig woord voor iets dat heel evident of belachelijk eenvoudig is. Ze noemen dat 'pindakaaspoepen'. Welnu, drie dagen de aandacht scherp houden voor wat er op een festivalpodium gebeurt en daar gedegen verslaggeving en beeldmateriaal van afleveren is geen pindakaaspoepen. En toch zijn we helemaal klaar voor dag drie van Swing Wespelaar. Het programma bevat enkele acts waar we enorm naar uitkijken en die geven ons, nog voor de eerste noot klinkt, al bakken energie...

Het is 13.30 u. en op het podium verschijnt Nienke Dingemans, het kleine sympathieke opdondertje dat ondanks haar jeugdige leeftijd – ze is na vandaag nog drie dagen 21 – bulkt van het vakmanschap. De Dutch Blues Foundation kende haar in 2023 de Dutch Blues Award voor 'jong talent' toe en dat hebben we niet van horen zeggen. We waren er toen bij in de Rustende Jager in Nieuw Vennep. Nienke komt uit Ossendrecht. Dat ligt vlakbij het Nederlandse stukje Kalmthoutse Heide, dus eigenlijk bijna in België. "Doorgaans vertel ik mijn publiek dat ik uit het zuiden kom", zegt ze. "Maar nu bevind ik mij zuidelijker dan waar ik vandaan kom, dus moet ik iets anders verzinnen." Ha! Een meid met humor. Zo hebben we het graag. Het leeuwendeel van haar set besteedt Nienke niet aan de standaard twaalfmatenblues maar de thematiek klopt helemaal, bijvoorbeeld in het zwaarbeladen 'Why The Caged Bird Sings' over de donkere krochten van het leven. De sound van de band wordt mee bepaald door gitarist Marc Jansen die we kennen van bij Marlon Pichel en The Gumbo Kings maar hier ietwat onstuimiger musiceert. Ook Nienkes originele benadering van de Ike & Tina Turner-klassieker 'Proud Mary' blijft ons bij. En wat we vooral appreciëren is de manier waarop ze zingt. Ze heeft een prachtige heldere stem en ze doet niet de minste moeite om rauwer en meer doorleefd te klinken dan ze is. Houden zo, Nienke! Je doet het geweldig!

Ook de volgende artiest is piepjong. De 23-jarige Braziliaanse Guto Konrad maakt hier zijn Belgische debuut. Meteen valt op dat hij een linkshandige hals op een rechtshandige Stratocaster heeft gemonteerd maar zijn instrument is normaal besnaard, dus met de lage E-snaar bovenaan. Het is dus louter een visuele gimmick die aan Jimi Hendrix doet denken. Alsof zijn gitaarspel zelf niet duidelijk genoeg zou zijn! Niets, maar dan ook niets laat Guto aan de verbeelding over. Alleen produceert hij niet zoveel distorsie als Hendrix en net zoals Nienke zingt ook hij ongeforceerd met een heldere stem. Dit is de gepasteuriseerde versie van Jimi Hendrix; bluesrock in de beschaafde vorm, zeg maar. Het publiek lust dit; zoveel is zeker. Maar naarmate de show vordert, krijgen wij ergens de indruk dat alle nummers qua opbouw en structuur wel heel erg op elkaar lijken. Konrad is een groots gitaartalent, daar valt absoluut niet over te redetwisten. En we zien hem in de toekomst graag nog terug, eventueel in de meer intieme setting van een club, maar dan met een meer divers stilistisch kleurenpalet. Hij kan het nochtans hoor. Na afloop van zijn set breken de toeschouwers de scheur open voor een toegift en daar komt Guto verdorie toch wel aanzetten met iets fantastisch waarvoor hij blijkbaar bij Otis Rush leentjebuur heeft gespeeld...

Met de volgende bands zijn we aanbeland bij de acts waar we zodanig reikhalzend naar uitkijken dat we er onze atlas-axisconstructie niet bepaald een plezier mee doen. Te beginnen met de 31-jarige zanger-gitarist Skyler Saufley die in 2023 werd opgenomen in de Alabama Blues Hall Of Fame. Skyler wordt omringd door een Franse ritmesectie (drummer Denis Agenet en contrabassist Abdell B Bop) en de meer dan voortreffelijke Argentijnse jazz- en bluespianiste Anita Fabiani die tegenwoordig vanuit Toulouse opereert. Of ze beroepshalve chirurg is, vraag je? Neen, natuurlijk niet. Doe nou maar niet alsof je ons niet begrijpt. Skyler maakt de rhythm-and-blues van 70 jaar geleden weer attractief voor het publiek van vandaag. In dit publiek zien we een flink aantal frisse popjes wel heel elegant meedeinen op de tonen van de korte, speelse maar immer knap gespeelde nummers. Skyler heeft geen bataljon pedalen nodig, maar tovert de tremolo's vlekkeloos uit zijn instrument en uit zijn vingers. Hij speelt geen noot teveel en herleidt de muziek – die wij voorzichtig bij die van een James Hunter of Marlon Pichel catalogeren – zeer accuraat tot de pure essentie. Zijn versies van 'The Things I Used To Do' (Guitar Slim, 1953) en vooral 'The Crawl' (in 1958 door Eddie Shuler geschreven voor Guitar Jr. alias Lonnie Brooks) zijn weergaloos! Terwijl we door de mensenzee laveren om aan de andere kant van het podium wat plaatjes te schieten spreekt een volstrekt onbekende ons aan. "Dit is in vergelijking met het vorige toch wel meer mijn muziek", zegt hij. We spreken hem – uiteraard – niet tegen.

Om 18.30 u. is het tijd voor wat voor ons het hoogtepunt van de dag zou moeten worden. Sinds Marc 'TEE' Thijs in 2023 zijn comeback inluidde hebben wij het al hier, daar en ginds over hem gehad. Heb je geklikt? Gelezen ook? Ben je terug? Okay, dan weet je hoe na de ongekroonde koning van de Belgische blues ons aan het hart ligt. In zijn band heeft Marc vandaag de Franse drummer Fabrice Bessouat, de Luikse bassist Renaud Lesire, de Schotense saxofonist André de Laat en voor de gelegenheid de Nederlandse Hammondspeler Roel Spanjers. Marc neemt zijn muziek bijzonder ernstig en laat zich bijgevolg enkel door de allerbesten begeleiden. Marc struint zelfverzekerd en op zijn gemak door zijn vroegere repertoire ('Double Fool') maar gebruikt het publiek ook als proefkonijn voor nieuw materiaal ('The Scar'). We horen veel dingen die zo uit de Hi Records-cataloog van Joe Cuoghi en Willie Mitchell zouden kunnen komen. Zijn gitaarklank is fenomenaal. Dit is de blues, lieve mensen! Artiesten als Otis Rush, B.B. King, T-Bone Walker, Lowell Fulson en Clarence 'Gatemouth' Brown zitten diep in Marcs brein en vingers verankerd en ze komen er miljaardedju allemaal ook weer uit. Niet één voor één, maar als een amalgaam dat zich heeft ontwikkeld als TEE's eigen, onnavolgbare stijl. Niemand anders kan dit. Niemand! Tussen pot en pint zeggen we het al eens, en misschien hebben we het ook al eens geschreven, maar laat ons nou maar even 'loud and clear' wezen: Marc Thijs is de grootste Belgische bluesman aller tijden! In BTTR 136 dat in september verschijnt, zullen wij het daar uitgebreid over hebben. Wat vraag je? Of TEE nu het hoogtepunt van de dag is geworden? Komaan zeg! Was het nu nog niet duidelijk?

Het is kwart over acht en tijd voor het tweede kleine opdondertje van de dag. Kat Riggins uit Florida is hier in de lage landen zeker geen onbekende. Haar explosieve optredens zijn steeds weer een belevenis op zich. Ook nu raast Kat over het podium dat het een lieve lust is. Wat een bommetje! Wat een raketje! De duisternis begint te vallen en met een iets groter diafragma en een wat langere sluitertijd proberen we die angstvallig te ontwijken maar zo is het geen... euh... pindakaaspoepen – wat een zalig woord is dat toch – om haar scherp voor onze lens te vangen. Kat heeft een heel gedreven funky bluesband bij, waarin we enkele bekende tronies ontwaren: gitarist Hein Meijer (Little Boogie Boy) en bassist Brian Kruit (van bij Marlon Pichel). Kat toont zich heel betrokken bij de thema's van haar nummers en wordt bijwijlen een tikkeltje emotioneel. Zoals bijvoorbeeld wanneer ze vertelt over een nummer dat ze voor haar neefjes, nichtjes en metekindjes schreef; en dat ze die kinderen voor eeuwig klein zou willen houden om hen te beschermen tegen al wat vandaag in de wereld gebeurt. Ook in 'The Heavy' laat Kat haar gevoelige kant zien. "We have to carry the heavy as one..." Maar Kat Riggins staat ook altijd synoniem voor een feestje en dat is hier niet anders. Ze brengt werk uit haar nieuwe album 'Everyday Is Saturday' en stelt daarbij dat we nooit moeten wachten tot in het weekend om wat plezier in het leven te vinden. 'Dancing Till The Lights Come On' gaat erin als zoetekoek. Wanneer Kat een liedje over girlpower aankondigt, lanceert ze lachend de oneliner "fellas, don't be jealous" en bij de intro van haar funky versie van 'Hound Dog' bedankt ze Elvis om het nummer bekend te maken. Het wervelende optreden komt na bijna anderhalf uur tot een einde met het stomende bisnummer 'Going Down' (oorspronkelijk van Stax-artiest Don Nix maar in 1971 de bekendheid in gespeeld door Freddie King).

De Britse punkrockband The Temperance Movement, die hier in 2018 headliner op zaterdag was, mag nu een strik om de 38ste editie van Swing Wespelaar doen. Acht jaar geleden schreven we dat deze muziek met blues totaal geen uitstaans heeft. Dat is nog steeds zo. We schreven ook dat zanger Phil Campbell een hele container overmaatse fusees in zijn hyperkinetische gat had steken. Dat is nog steeds zo. En als de geschiedenis zich dan toch moet herhalen, dan is dat net op dezelfde manier als toen. We laten deze kwieten enkele nummers over ons heen walsen maar maken al snel de keuze voor enkele Duvels in café Den Ouden Tijd in Leuven.

Swing Wespelaar 2026 zit er op. We onthouden deze editie als zeer gevarieerd, met veel fijne momenten en een evenwichtige mix van gevestigde waarden en jong talent waarmee de blues tot op vandaag overduidelijk is gezegend. Goddank! Hèhè!

Franky Bruneel



reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel