(Ge)Varenwinkelfestival
Herselt, 28 en 29
augustus 2026

Tijdens het laatste weekend van augustus begaven we ons zoals gewoonlijk naar het gehucht Varenwinkel in Herselt voor de laatste festivaldagen van deze maand. Op het programma van het (Ge)Varenwinkelfestival stonden traditiegetrouw bands van verschillende pluimage. Voor elk wat wils dus. Laten we echter onmiddellijk verduidelijken dat Back To The Roots zich focust op blues en onmiddellijk verwante genres. Bijgevolg verschijnen dus niet alle bands die op de bühne stonden in ons verslag, niettegenstaande hun ontegensprekelijke kwaliteiten, verdiensten en potentieel om het grotere publiek aan te trekken. Om dezelfde reden begint ons verslag pas bij de tweede festivaldag. Uiteraard zijn we het idee van de buurtdag op donderdag met een aantal coverbands zeer genegen, want de massale opkomst zorgt mee voor de nodige middelen om ons vervolgens twee dagen lang het betere werk te kunnen aanbieden.

vrijdag 28 augustus

De band Greenwood mag het vrijdagprogramma in de grote tent aftrappen. Deze band brengt covers uit het repertoire van Peter Green uit de periode van (het vroege) Fleetwood Mac. We krijgen klassiekers zoals 'Rollin' Man', 'Black Magic Woman', 'Albatross' en 'Need Your Love So Bad' te horen, meestal in een vrij stevige en uitgesponnen versie. Naast zanger-slaggitarist Kirri Valvekens vinden we vader Luc en zoon Zenn Canters vooraan op het podium. Om de beurt nemen ze het solowerk voor hun rekening, elk gewapend met een Gibson Les Paul en een Kemper Profiler, voor de niet-ingewijden, dit is een digitale gitaarversterker die werkt op basis van geluidssamples van echte versterkers en ingebouwde effecten. Soms spelen ze in een kleine 'call and response', soms gaat het unisono met dezelfde melodielijn. Marcus Weymare laat op de drums zien dat hij naast het meer swingende bluesrepertoire ook zijn mannetje kan staan in een potige rockband. Met drie gitaristen op het podium hoeft het niet te verbazen dat de gitaren knallen en de liefhebbers van gitaarrock kunnen hun hartje ophalen. Het is natuurlijk een kwestie van persoonlijke smaak, maar drie gitaren op het podium is soms wat van het goede te veel, zeker als het gaat om de uitgepuurde stijl van Peter Green te spelen. Sometimes, less is more...

Over naar de kleine tent waar Big Dave & The Dutchmen hun opwachting maken. Achteraf beschouwd was dit een van de weinige optredens van het festival dat we konden catalogeren als een klassiek optreden van een bluesband. Een band trouwens die je zowat overal aan het werk kon zien deze zomer. Maar laat ons terugspoelen naar het begin. De setlist bevat een reeks gekende nummers. Van de opener 'Let's Rock and Roll gaat het verder met onder andere 'So Sweet', 'This World', 'Too Late', een instrumentale boogie en 'I'll Take Care Of You'. Dit laat ons toe om even te focussen op een aantal muzikale aspecten. Dave Reniers heeft eerst en vooral een reeks klassebakken van bij de Noorderburen om zich heen verzameld. Roel Spanjers valt op met gedreven keyboardwerk en hij schrijft ook songs voor de band. Een week geleden zagen we hem trouwens als gasttoetsenist in de band van TEE op Swing Wespelaar. Mischa den Haring is dit keer uitgerust met een Les Paul-kopie van het vermaarde merk Tokai, alsook een aantal obscure effectpedalen. Of het nu gaat om begeleidingswerk of om een solo neer te zetten, zijn gitaarspel heeft steeds de gepaste intensiteit, toon en volume. De broers Siggaar leggen de swingende fond van de band. Darryl op de drums en af en toe in de rol van zanger en Dusty aan de bas, terug van weggeweest op Zuidrand Blues. De band weet een natuurlijke spanning in het optreden in te bouwen door af en toe gas terug te nemen, verschillende bluesgenres en ritmes te laten afwisselen of de verschillende instrumenten een hoofdrol te laten spelen. Niettegenstaande dit uitstekende optreden moeten we vaststellen dat de kleine tent niet overloopt van het volk.

Brother Wallace is afkomstig van de staat Georgia in de VS en staat in Herselt voor het eerst op een Europees podium. Voor de verkiezingen in de VS is Georgia een zogenaamde 'swingstate'. Onmiddellijk komen er twee vragen in ons op: Zou dit ook een swingend optreden worden of zou de muziek swingend worden gespeeld? Met het strakke 'Electric Love' en 'Who Do You Love' – neen, niet die van Bo Diddley – opent Brother Wallace zijn set. Hij brengt een ongewone mix van soul, funk en af en toe een streep reggae. Hij zingt met een nogal hoge, nasale stem en onder het motto 'Lets have a good time' probeert hij gedurig op het publiek in te spelen en een feestje te bouwen. Naast de snellere nummers krijgen we ook tragere ballades zoals 'Gone With The Wind' – neen, niet van de film – of 'Any Day Now'. Zijn klare stem komt daarbij beter tot zijn recht. De energieke maar eerder vlakke drumstijl en de pompende funky baslijnen geven de muziek niet onmiddellijk een 'swing feel' maar wel een vrij strak karakter. Dansbare grooves, dat is het vooropgestelde doel. Het aanwezige publiek gaat het hele optreden mooi mee in de groove en versiert nog twee bisnummers. Een swingend optreden? Ja, maar niet echt een wervelende show. Misschien is dat wel de reden waarom de kleine tent opnieuw niet volledig gevuld is. We willen geen overhaaste conclusies trekken, maar we hebben zo de indruk dat zich hier het omgekeerde fenomeen voordoet als op Duvelblues, waar traditiegetrouw de kleine tent proportioneel meer toeschouwers lokt dan de grote. Dit is echter alleen maar een vaststelling en zeker geen verwijt, noch naar het ene, noch naar het andere festival.

Na het soul-intermezzo keren we naar de grote tent terug voor het meer stevige werk van de Boogie Beasts ft. Kenny Brown. Hun muziek is volledig geënt op de North Mississippi Hill Country Blues van R.L. Burnside, weliswaar in een zwaar uitgebreide vorm. Ze bestaan dit jaar vijftien jaar en hebben voor dit optreden speciaal Kenny Brown vanuit de States laten overkomen. Kenny werkte niet alleen uitvoerig samen met R.L. Burnside, maar speelde ook mee op het laatste album van de Boogie Beasts. Op het podium ontwaren we links en rechts van het drumstel in totaal zes gitaarversterkers. Samen met Kenny Brown staan er van de de Boogie Beasts twee gitaristen (Jan Jaspers en Patrick Louis) en de mondharmonicaman Fabian Bennardo op een rij op het podium. Vanaf het begin van de set vliegen ze er meteen in en laten ze de Hill Country Blues 'on steroids' door de tent galmen. Op een rauwe en zeer gedreven manier nemen ze hun publiek mee doorheen het optreden. De setup en aanpak van de band is echter niet alleen een zegen, maar ook een vloek. Drie luide gitaren en een al even luide mondharmonica, die bij momenten tegen elkaar opboksen, en een drummer die praktisch het hele optreden dezelfde rechttoe rechtaan beat klopt, dat wreekt zich op een bepaald moment. De zang en het gitaarspel van Kenny Brown gaan trouwens geregeld verloren in de mix. Toegevoegde waarde? Klassiekers zoals 'Rollin' And Tumblin' van Muddy Waters of 'Walkin' Blues' van Robert Johnson worden door dezelfde mal geduwd en ondergaan zo hetzelfde lot. Het zal vele fans worst wezen en ze genieten tot het laatste akkoord van dit overweldigend optreden.

Kris Herrebout

zaterdag 29 augustus

Het is 16.20 u. en de eerste bluesband van de dag mag de planken van de 'kleine' rootstent onveilig maken. Muddy What? won in 2021 de German Blues Challenge en bereikte in januari 2022 de halve finale van de International Blues Challenge in Memphis. Sindsdien zijn deze oosterburen ook bij ons graag geziene podiumbezetters. Er hangen veelkleurige linten en in de merchandise-stand die ze na de show zullen bevolken, ontwaren we naast plastiek en vinyl ook tie-dye-t-shirts en ja, zelfs dromenvangers. Het past perfect bij de muziek van broer en zus Spang die zowel muzikaal als tekstueel vaak ietwat psychedelisch is. Zo gaat 'Spider Legs' over een fiddler in de hel wiens vingers over de snaren dansen als spinnenpoten. 'Uncontainable' gaat over een blik rode verf dat op een of andere manier niet meer te controleren valt en een eigen leven gaat leiden. Snap je het een beetje? Haaks op die absurditeiten staat het gitaarspel van zusje Ina, leadgitariste en het capillaire huiskamerleeuwtje van de familie. Ze stuitert constant over het podium als een menselijke pingpongbal maar ze mist geen noot. Met haar expressieve lichaamshouding wanneer ze soleert, bespeelt ze niet alleen de luistervinken maar ook – en vooral – de fotografen. Ina trekt zich ook op mandoline behoorlijk uit de slag. Broer Fabian leeft zich eveneens ten volle in de muziek in. Hij is afwisselend op akoestische en elektrische gitaar de ritmische motor van de band en zingt heel gedreven, alsof hij per sé zijn verhaal aan het publiek kwijt wil. Hij is de factor 'geestdrift' bij Muddy What? en met dat woord bedoelen we geenszins dat dit platte bluesrock is. Zelf noemen ze hun muziek 'new blues'; wij houden het op een interessante mengvorm van blues en folkrock. Ook het derde groepslid, Michi Lang, heeft een alternerende rol. Hij schakelt heen en weer tussen het drumstel en de basgitaar, wat mee bijdraagt aan de variatie en dynamiek van dit fijne optreden.

De volgende twee bluesgerelateerde concerten spelen zich af op het hoofdpodium en dat bevindt zich, logischerwijze, in de grote tent. Zo zijn er om 17.30 u. Delta Generators met de immer populaire zanger-harmonicaspeler Brian Templeton als frontman. Als je ons interview met Brian in BTTR 133 hebt gelezen, dan weet je dat hij naast zijn projecten met Kid Ramos en The Proven Ones vooral belang hecht aan het bandgevoel en de samenhorigheid in deze band, zowel op menselijk als op muzikaal vlak. En dat is er verdorie aan te horen! Delta Generators zijn hier om hun nieuwe album 'On & On' te promoten en de ene imponerende song volgt de andere op met de snelheid van een TGV op ramkoers. Enkele hoogtepunten? Het autobiografische 'Mr Vain', het krachtige mid-tempo 'I Got You', de powerbluesversie van 'You Are My Sunshine' (van het album 'The Lost Years' uit 2024) en de feestelijke stamper 'Deep State Of Mind'. Delta Generators staan synoniem voor 'happy blues'. Deze gasten hebben geen zin om anderhalf uur lang zoutzakgewijs naar hun eigen schoenen te staren en gebruiken dan maar de therapeutische paradox dat je heel vrolijk kunt worden van andermans ellende, dé ultieme blues-ironie! Ze doen dit aan de hand van potige blues met spierballen-groove maar nergens wordt het rock. Alle bandleden zijn doorgewinterd en kennen hun stiel als de beste, maar Brian steekt er vanwege zijn vocale capaciteiten bovenuit. Wat een zanger, wat een stem! En wat een beestachtig lekker optreden is dit! De hele tent en alle mensen erin zingen aan het einde 'Hey Ladi Ladi' nog minutenlang door, tot Brian en de zijnen dankbaar terug opkomen voor een toegift.

Headliner van deze laatste (Ge)Varenwinkeldag is de 72-jarige swampsoulman Robert Finley uit Bernice, Lousiana. Finley werkte quasi zijn hele leven als timmerman en trad op als straatmuzikant. Nadat hij door een oogziekte nagenoeg blind werd, moest hij noodgedwongen hamer en vlakschuurmachine aan de wilgen hangen. Hij legde zich volledig toe op de muziek en maakte pas tien jaar geleden zijn debuutalbum. Twee hefbomen tilden zijn carrière pijlsnel naar ongekende hoogtes: zijn deelname aan America's Got Talent in 2019 en het feit dat Dan Auerbach, frontman van The Black Keys zijn talent oppikte en met hem ging samenwerken. Finley staat hier trouwens aan de vooravond van een tour met The Black Keys. Zijn muziek weerspiegelt zijn jeugd in het diepe zuiden, sterk beïnvloed door verhalen rechtstreeks uit de Louisiaanse moerassen. "Men beweert dat iedereen in Louisiana in voodoo gelooft", zegt Robert. "Dat is lang niet zo. En wie niet in voodoo gelooft, noemt het 'screw doo'", grapt hij terwijl hij met heel suggestieve bewegingen 'Medecine Woman' inzet. "Medecine woman, you got the healing touch." Hij vertelt hoe hij als zesjarig knaapje aan zijn vader vroeg of en wanneer hij ooit school zou mogen lopen. Het antwoord: "There's no time for education, we got too much corn on the field." Robert zingt een nummer over als kind moeten werken onder de loden zon. Even later vertelt hij over een vriend die een beroerte kreeg en in een verpleeghuis terechtkwam. Toen Robert zich na enkele weken aanmeldde voor een bezoek ging de verpleegster polsen of dit wel het goede moment was. Toen zei ze: "Ik zei hem dat je er was en voor de eerste keer sinds hij bij ons is, heb ik hem zien lachen." Heel aangrijpend brengt Finley zijn song 'Nobody Wants To Be Alone'. Er zijn ook veel plezante momenten hoor. Zo vertelt Robert dat hij thuiskomt van een geannuleerde tour en ontdekt dat zijn vrouw haar emotionele eieren in andermans mandje legt. Voor 'Sneakin' Around' heeft hij duidelijk muzikale inspiratie gevonden bij Rufus Thomas' 'Walking The Dog'. Zo kunnen we nog wel een tijdje blijven doorgaan, maar in elk geval is ook dit een prachtig optreden en is Robert Finley een van de meest authentieke artiesten die we de laatste maanden aan het werk zagen. Het is ongelooflijk hoeveel positieve energie hij op zijn publiek overbrengt. Als je ons laat kiezen tussen een concert van Robert Finley en een gezinsverpakking multivitamines, dan weten we meteen wat sneller en beter werkt!

Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel
          en Kris Herrebout