Oetsloven Blues & Roots
Festivalterrein Oeterslovenstraat, Wellen - 1 augustus 2026

In 1466 streed de Luikse opstandige ridder Raas van Heers tegen het leger van Filips de Goede en Karel de Stoute tijdens de bloederige Slag bij Oetersloven. Hij moest het onderspit delven en deed dat wellicht eigenhandig want volgens een lokale Wellense legende ligt hij met zwaard, harnas én paard begraven onder de kapel van Oetersloven. 308 jaar later legde klompenmaker Jan van Muysen een brandbrief bij een lokale boer en eiste hij losgeld. Dat geld moest worden achtergelaten in een kuil vlakbij de kapel. De bedoeling was om de bende van de Wellense Bokkenrijders op te rollen. Het is niet bekend of die Bokkenrijders bij het graven van hun kuil ridder Raas al dan niet zijn tegengekomen, maar wél dat ze op heterdaad werden betrapt. Mission accomplished. De volgende 200 jaar bleef het stil rond het kapelletje van Oetersloven. Heel stil. Tot eind jaren '90 van de vorige eeuw enkele bluesliefhebbers er een 'camion met een bache' neerpootten, daar een podium van maakten en voor enkele handvollen lokale belangstellenden de eerste editie van Oetsloven Blues plaatsvond. Katrien en Bart, het sympathiekste blueskoppel van Vlaanderen – zeker geweten – zorgden ervoor dat de stilte rond het kapelletje voor eeuwig en altijd doorbroken bleef. Tegenwoordig op een keurig festivalterrein op een boogscheut van de kapel vond op 1 augustus de maar liefst 26e editie van Oetsloven Blues plaats, met zes leuke Belgische acts en meer dan duizend toeschouwers!

Om 17.30 u. mochten The Pirwolves als eerste hun tanden in de zoete Haspengouwse peren zetten. Het trio van Guy Vanhove (zang en harmonica), Jo Vossen (gitaar, cigar box en zang) en Kurt Van de Wiele (drums) vond voor de naam van hun relatief jonge band inspiratie bij de doodgebeten schapen en pony's in de regio Peer en Oudsbergen. De Peerse wolven dus. Gelukkig hoefden we niets te vrezen, want volgens het Agentschap voor Natuur en Bos vormen wolven geen direct gevaar voor de mens. En deze drie exemplaren bleken evenmin een gevaar voor de blues want ze doen er iets creatiefs mee. We hoorden een verrassende soort bluesrock, soms neigend naar garagerock en protopunk. En daar bedoelen we helemaal niets verkeerds mee, want een ongepolijst geluid, simpele structuren, fuzz en distorsie, rauwe zang, snelle en dwingende ritmes en een provocerende attitude zijn nu eenmaal typerende kenmerken van deze muziekgenres. 'I am who I am' zong Guy en eigenlijk stond die song tekstueel model voor de boodschap die als rode draad in de meeste nummers stak: Wees jezelf, doe je ding en trek je geen fuck aan van wat men over je denkt. Merci, Pirwolves, we zullen dat onthouden...

Qua bluesgehalte schakelden we met Maxwell Street vervolgens niet één maar vijf versnellingen en een volle dansvloer hoger. Zanger-gitarist Marino Noppe is één van de mensen die ons tot bluesliefhebber hebben gekneed. Echt waar. We waren nog een tiener, toen we bij het zetten van onze eerste stappen in het uitgangsleven West-Vlaamse parochiezaaltjes afschuimden om te kijken en vooral te luisteren naar Maxwell Street in de oerbezetting met gitarist Willy De Vleeschouwer (zie BTTR 135). Het is verdorie meer dan veertig jaar geleden. De muzikanten die door de jaren heen bij en met Marino hebben gespeeld, zijn niet op twee handen te tellen. Zelfs met onze tenen erbij lukt het niet. Maar raad eens wie hier naast drummer Didier Feys en bassist Stefan Boret ook van de partij was? Inderdaad, Willy! In de teletijdmachine naar onze jeugd genoten we mateloos van nummers als 'Think' (Jimmy McCracklin), 'Cut Off My Right Arm' (Johnny Copeland) of 'Talk To Your Daughter' (J.B. Lenoir). Kijk; hoe Chicagoblues moet klinken, valt niet met woorden uit te leggen. Dat kun je alleen maar voelen. Die unieke mix van opgekropte melancholie en intense, opzwepende energie kun je tot op de dag van vandaag nog live vatten in de clubs van Chicago. Maar nu ook hier op Oetsloven Blues met Marino Noppe, op zijn zeventigste nog net zo krachtig als ooit tevoren. Dat een Belgische bluesband in staat is om ons – geroutineerde Chicagogangers als we zijn – Chicago te laten voélen, is wellicht het mooiste compliment dat we hen kunnen geven.

Tussen de bands op het hoofdpodium zat telkens een ombouwpauze van zo'n twintig minuten. Tijdens die pauzes konden we op een kleiner buitenpodium telkens genieten van akoestische folkblues door het duo Leander Vandereecken (zang en gitaar) en Olivier Vander Bauwede (harmonica en zang). Naast Guy Verlinde en wijlen Tiny Legs Tim zijn dit zowat de belangrijkste exponenten van de jonge Gentse bluesscene. Ze werken aan een nieuw gezamenlijk album en Oetsloven Blues was de geknipte kans om enkele nummers daaruit voor een dankbaar publiek te werpen. Het moeten niet altijd leeuwen zijn.

Om 20.00 u. was het tijd voor de bluesy southern rock van David Ronaldo & The Dice. Een band met drie gitaren, Hammond, bas en drums zodanig versterken dat je elk instrument loepzuiver kunt horen is net iets gecompliceerder dan pierewaaiende paardenpis. Maar het team van Audioworks uit Aarschot zorgde ervoor dat alle bands op Oetsloven Blues de sound kregen die ze verdienden. Puik werk, jongens! Er liepen nogal wat t-shirts rond met Ronaldo-fans erin, en die waren in dichte drommen samengetroept op de dansvloer voor het podium. Met Charly Verbinnen en Dirk Lekenne als respectievelijk de Vlaamse Allen Collins en Gary Rossington is Lynyrd Skynyrd bij deze uitstekende band nooit ver weg. Naast twee covers (eentje van Peter Green en 'Whipping Post' van The Allman Brothers) brachten Ronaldo, kompanen en kompane voornamelijk eigen werk, waarvan de ongecomplexeerde rock-'n-roller 'Too Old To Die At 27' ons absolute favorietje is. Op 24 januari verschijnt hun nieuwe album en groot was onze vreugde toen ze daaruit de vermoedelijke titelsong 'Don't Die Before You're Dead' speelden, die volledig de lijn van 'Too Old' volgt. Bijzonder smaakvol was ook hun eigen nummer 'Burn Up Your Love' omwille van de kunstige manier waarop ze er ontegensprekelijk tekstuele flarden en muzikale elementen van 'Get Ready' (The Temptations) in hebben verweven. Een hartverwarmend moment was toen David met eerlijke trots 'Six String Preacher' aankondigde als titelsong van het album waarvoor ze de Belgian Blues Award voor beste album hebben gewonnen en bij het publiek een welgemeend applaus voor de Belgian Blues Federation losweekte.

We zijn het niet ter plaatse gaan verifiëren maar we hebben horen zeggen dat ze hier backstage een infuus met Red Bull hadden klaarliggen voor Patrick Cuyvers. Patrick speelt Hammond bij zowel David Ronaldo als Hideaway. Bij de podiumwissel mocht de Hammond blijven staan en Patrick mocht blijven zitten. Hij draaide vanavond dus een dubbele shift en deed dat met zijn eeuwige glimlach en de nooit aflatende toegevoegde waarde, om het even welke band hij met zijn aanwezigheid verblijdt. Om hun veertigste verjaardag te vieren, toert Hideaway dit jaar in een met extra blazers opgesausde versie en onder de naam Hideaway XXL. Hun repertoire bleek enigszins aangepast aan deze uitbreiding want veel nummers leenden zich tot fraaie blazersarrangementen. 'Cadillac Blues' van Johnny Basset – ja, Ralph, Basset kwam uit Detroit – en 'The Hoochi Coochi Coo' van Hank Ballard & The Midnighters waren daar mooie voorbeelden van. En zelfs met acht muzikanten op het podium was de klank alweer onberispelijk. Mensen dansten dat het een lieve lust was en als bluesmuziek ergens als feestgangersgoud bedoeld kan zijn, dan leverde Hideaway daar de perfecte demonstratie van. Met 'I'm Getting Old' en hun bloedstollend mooie versie van Bobby Blands soulplakker 'Members Only' boorden Ralph & Co. hun vertrouwde repertoire aan. Met 'My Blues' en 'Mean Machine' kregen we zelfs twee 'signature songs' uit hun allereerste album (1990). Hideaway's duizendpotigheid en de uitgebreide blazerssectie leidde hen en ons nog even doorheen een rondje New Orleans – hoe kan het ook anders? – en toen viel het doek over dit feestje. Of toch niet? Als een knetterende stuiterbal kregen we als toegift nog 'Mustang Sally' over ons heen.

Oorspronkelijk was de rockabillyband The Rhumba Kings als afsluiter van het festival geprogrammeerd maar vanwege familiale omstandigheden gaven ze slechts enkele dagen ervoor verstek. We nemen aan dat we hen hier wel op een volgende editie treffen. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. In dit geval wel heel erg dichtbij. Wouter Celis was hier de presentator van dienst en welbespraakt als hij is, deed hij dat uitmuntend. Het volstond om bassist Martin Ubaghs en drummer Franky Gomez op te vorderen en Wouter kon als Doghouse Sam & His Magnatones het publiek voor de laatste keer vandaag volledig loos laten gaan. Hun aanstekelijke mix van rootsrock, rockabilly en fifties-R&B is ons ondertussen genoegzaam bekend en het deed ons deugd om te zien hoe Wouter zelf ook erg genoot. We begrijpen maar al te goed de achterliggende betekenis van 'Gone Too Long' en vingen net zoals het publiek zoveel mogelijk van de opgespaarde adrenaline op waarmee Wouter, Franky en Martin ons zeer gul besprenkelden. En met alle respect voor Blind Boy Fuller, maar met deze versie van zijn nummer 'Step It Up And Go' (1940) staken Sam & Co. hem een fusee in zijn gat. Spreekwoordelijk wel te verstaan, want de aantasting van iemands postume integriteit behoort geenszins tot de activiteiten van deze band. "Ik ga wat slide spelen", zei Wouter op een gegeven moment. "En ik heb daarvoor een gitaar uit 1947 bij. Toen gebruikten ze nog koper in de verf. Dat is zeer giftig en wellicht kost deze gitaar mij drie jaar van mijn leven. Maar dat is het waard, want ze klinkt heel schoon." Hierbij krijgt Wouter van ons de trofee voor de meest vlotgebekte, goudmondige, discursieve, ja zelfs de meest eloquente artiest van Oetsloven Blues 2026...

Wat vraag je? Of dat nu echt waar is dat ridder Raas van Heers begraven ligt onder het kapelletje van Oetersloven? Kijk, volgend jaar komen we terug. We hebben dus nog even de tijd om een stappenplan op te stellen dat historisch bronnenonderzoek combineert met moderne archeologische technieken zoals de grondradar en magnetometrie...

Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel