Kai Strauss & The Electric All-Stars
HNITA, Heist-op-den-Berg - 18 oktober 2025

Nauwelijks een dag na de Belgian Blues Challenge zijn we terug op pad en dit keer voor Kai Strauss & The Electric Blues All-Stars in de bekende club HNITA in Heist-op-den-Berg. En passant maken we van de gelegenheid gebruik om de winnaar van de Challenge, Tom Eylenbosch, te feliciteren, maar ook alle deelnemende bands en het organiserende team van Blues Zuidrand.

Terug naar Kai en zijn internationale muzikanten. Reeds verschillende decennia is hij actief, eerst al sideman en van 2010 af onder zijn eigen naam. We zagen hem reeds aan het werk deze zomer op Mine Blues in Heusden-Zolder en we waren wel eens benieuwd hoe de band over zou komen in een kleine club zoals de HNITA.

Zijn begeleidingsmuzikanten (Paul Jobson uit Londen aan de Hammond en de piano, Kevin Duvernay uit Seattle, WA, op basgitaar en drummer Henri Jerratsch uit Berlijn) openen de dans met een instrumental, waarna Kai zich bij hen voegt en onmiddellijk zijn vingervlug gitaarwerk tentoon spreidt. De toon is gezet voor de rest van de avond. Merken we hier nog op dat zijn gebruikelijk blazerssectie, de Osnabrück Horns, niet aanwezig is.

Vervolgens krijgen we een trits nummers die we kunnen catalogeren als funkblues en/of soulblues: 'Stand Strong Together', 'Guest In The House Of The Blues', 'You're Gonna Need Me' (Albert King-cover), 'A Day Late And A Dollar Short' en 'Bad Loser'. Het zijn stuk voor stuk funky nummers waarbij Kai telkens scherp uit de hoek komt met zijn gitaar, nu eens een Strat dan weer een 335. Maar ook de toetsenist blijft niet onopgemerkt. Hij heeft er duidelijk zin in en kan verschillende keren intens uithalen op de piano of de Hammond. Ook het publiek is onmiddellijk mee en geniet duidelijk van het optreden. De ritmesectie blijft nogal onopvallend en speelt een beetje op automatische piloot, hebben we zo de indruk.

Als laatste nummer voor de pauze speelt de band een klassieker van Howlin' Wolf: 'Ooh Baby (Hold Me)'. Vooraleer de song aan te vatten vertelt Kai over zijn ontmoeting met Hubert Sumlin, de onvolprezen gitarist van Howlin' Wolf. Het spijt hem dat hij niet van deze gelegenheid heeft geprofiteerd om hem te vragen hoe je die gitaarpartij exact moet spelen. Als we een bescheiden suggestie mogen doen: Kai, begin met je plectrum in je broekzak te steken en speel de eigenzinnige gitaarlijnen van Hubert met duim en vingers. Er komt natuurlijk nog wel wat meer bij kijken om op authentieke wijze de quasi onnavolgbare stijl van Hubert enigszins te benaderen, maar het is een begin. Aan het einde van de song breit Kai er trouwens een fraaie, lang uitgesponnen solo met veel franjes aan, maar in feite veel langer dan Hubert Sumlin ooit zou hebben gespeeld.

Na de pauze krijgen we een meer gevarieerd programma geserveerd. Eerst de soulblues 'The Future And The Past', met een aardige slide-intro en een gitaarpartij die bij momenten doet denken aan Robert Cray. Daarna volgt met 'Hard Life' een eerste slow blues van de avond. Dit is voor Kai de gelegenheid om te laten zien dat hij ook in dit spectrum kan excelleren. Hij waagt zich zelfs aan een uitstapje in het publiek en bouwt een mooie climax aan zijn solo. Een eerste kippenvelmoment voor het publiek. Met 'Ride With Me' schakelt de band daarna drie versnellingen hoger. Deze stevige uptempo shuffle – de enige van de avond trouwens – is immers gewijd aan de liefde voor oude automobielen. Kai koestert aangename herinneringen aan de auto van zijn ouders: een Citroën 'Twee Peekaatje'. Hij vertelt dat hij, met neergeklapte achterbank, er zelfs een Marshall-toren in kon vervoeren, maar snel voegt hij eraan toe "Everybody makes mistakes". Een 100 watt Marshall Stack is inderdaad niet zo'n goed idee als je blues wil spelen. Vervolgens krijgen we een cover van Otis Rush geserveerd. Opnieuw heel funky gespeeld en tevens de gelegenheid om de begeleidingsmuzikanten een solomoment te gunnen. Na een (zeer) korte drumsolo en een intense solo op de Hammond komt de bassist aan de beurt. Je zou dan denken dat deze eens flink gesyncopeerd zal uithalen op zijn bas. Maar neen, geen flashy slap & pop werk, bijvoorbeeld. Dat had wat meer mogen zijn.

Gedurende de avond waren er praktisch nog geen 'Kings' te horen, behalve de bescheiden verwijzing naar Albert. Dan krijgen we echter als de klap op de vuurpijl 'Same Old Blues' van Freddie King, maar dan gezongen door de toetsenist. Terzijde vermelden we even dat het geluid zoals gewoonlijk uitstekend was in de HNITA. Dit is Kai ook niet ontgaan en hij steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken. Maar zoals alles is er ook een keerzijde aan deze goede geluidsweergave. De verschillen in kwaliteit komen haarfijn naar boven. Kai trekt zijn plan als zanger, maar zijn toetsenist, Paul Jobson, zit duidelijk in een ander register, letterlijk en figuurlijk. Naast een gedreven piano- en Hammondspeler, is hij een uitstekend zanger, met een uitgebreid stembereik, een mooi timbre en een groot expressief vermogen. Daarenboven heeft hij het voordeel van een 'native speaker' te zijn. Paradoxaal genoeg was dit misschien wel het hoogtepunt van de avond, waarbij de zang en het toetsenwerk van Paul perfect aansloten bij de pakkende gitaarlijnen van Kai.

Als afsluiter van de avond grijpt Kai terug naar 'Storming In Chicago', een song die hij samen schreef met Toronzo Cannon. Een mooie samenvatting van de avond: een funky nummer met aanstekelijk ritme en veel solowerk van Kai. Het publiek is in zijn nopjes en vraagt en krijgt een bisnummer: een swingende versie à la Lowell Fulson van de klassieker 'I Feel So Bad', geschreven in 1953 door Chuck Willis.

We maken even een stapje achteruit en komen terug op onze openingsvraag. We moeten vaststellen dat de set hier voor 85% overeenkwam met die gespeeld in Heusden-Zolder. Het contact met het publiek was hier duidelijk beter, wat dikwijls wel het geval is in kleinere settings. Als we dan ook even kijken naar twee interessante platen van de man, dan valt het omgekeerde op: van 'Wailin In Vienna' werd geen enkel nummer gespeeld en slechts één nummer uit de dubbel-lp 'Live In Concert'. Beide platen stralen een andere 'sound & feel' uit dan het programma van deze avond, respectievelijk fifties (swing)blues of de minder gepolijste Chicagoblues. Voor dit optreden kregen we dus voornamelijk soul- en funkblues, die soms wat gladjes over kwam, en weinig tot geen Chicago-stomp, Texas-shuffles of West Coast jumpblues. A priori is dat natuurlijk geen probleem en het programma werd op professionele wijze gebracht door een goed gerodeerde band. Daarenboven valt Kai op door zijn eigen gitaarstijl, niet onmiddellijk thuis te brengen, maar een mooie mix van verschillende invloeden.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout