Johnny Rawls
Banana Peel, Ruiselede - 29 september 2025

Het gebeurt niet al te vaak dat we vanuit Brugge slechts twintig minuten moeten rijden naar Purvis, Mississippi. Op 29 september diende zo'n zeldzame kans zich aan, want Johnny Rawls, de ongekroonde koning van de soulblues en sinds mensenheugenis één van onze favorieten, trad op in de Banana Peel. In juni genoten we op het Chicago Blues Festival nog met volle teugen van zijn muziek bij de 'Mississippi Crossroads Stage'. Na een klein half uurtje moesten we de hartverscheurende en hemeltergende beslissing nemen om naar het hoofdpodium te verkassen, wilden we daar een plaatsje bemachtigen voor de shows van de headliners. Voor deze herkansing zetten we zo blij als een kind dat een nieuwe speelgoeddino gaat krijgen koers naar Ruiselede, amper drie en een halve boogscheut ver.

In BTTR 117 (juli 2021) hebben wij Johnny Rawls interviewgewijs uitgebreid voorgesteld. Daar hoeven we hier dus niet al te veel patati patata rond te draaien. Laat ons kort zijn. De man is 74, is al 65 jaar met muziek bezig en stond op zijn zestiende al op de planken met mensen als ZZ Hill, Joe Tex, The Sweet Inspirations en Little Johnny Taylor. En dat waren nu niet bepaald kakbroeken. Wij kennen zelfs weinig andere artiesten die net als Johnny Rawls puur op cool en charisma, en zonder al te veel gekke bokkensprongen te maken, een publiek in een uitzinnige, kolkende massa transformeren. Rawls versmelt oorwormteksten, aanstekelijke dansriffjes en duivelse ritmes tot een volstrekt eigen stijl. Hij heeft dus heel wat meer dan een vage notie van hoe een zweep klapt.

Rawls' begeleiders waren de Duits-Turkse Özdemirs (vader Erkan op bas, zoon Kenan op gitaar en zoon Levent op drums), aangevuld met Elias Vollmer aan het Viscount-orgel (met Lesliebox). Vollmer is een geschoolde Duitse pianist die een eigen jazztrio heeft, maar ook actief is in neoklassieke en fusionprojecten. De Özdemirs hebben in bluesland geen verdere introductie nodig. Na een Meters-achtige instrumentale funky intro verscheen Johnny ten tonele in een opvallend mooi geel-zwart glitterhemd met statige figuren, waaronder enkele kronen. Hoe passend bij de status 'koning van de soulblues' die wij hem steevast zonder schaamrood toebedelen. Alleen al zijn charisma van hier tot in Tokio maakte ons instant diep gelukkig. Amper 80 kilometer zuidelijker, in North Hill, hebben ze de 'trance blues'. In Purvis, Mississippi is er de 'dance blues'. Meteen tapte Johnny uit dat vaatje en hoe feestelijk het ook klonk, je kon maar beter bij de les blijven. Ook in wat hij zegt – en vaak doet hij dat bewust nonchalant – vallen er doorgaans veel waar- en wijsheden te rapen. Toen Kenan in een uptempo shuffle mocht soleren, kondigde Rawls hem aan als 'Kenanball on the guitar'. Veelzeggend en terecht!

Nadat hij de overtuigende soul van 'Midnight Train' uit het album 'Going Back To Mississippi' had gebracht, zei hij "I'm raised on cornbread and collard greens" vooraleer het titelnummer van dat album in te zetten. En daarmee verwees hij niet alleen naar de culinaire heerlijkheden van het 'soul food' uit het Diepe Zuiden. 'Cornbread and collard greens' is ook een uitdrukking die de rijke culturele geschiedenis van het Amerikaanse Zuiden symboliseert en de gedeelde ervaring van eten, familie en gemeenschap binnen de blues. De uitdrukking komt vaak voor in songtitels en -teksten om thema's als troost, eenvoudige geneugten en het dagelijkse leven op te roepen. Het is precies de gelaagdheid in de taal die van de blues een veel diepere kunstvorm maakt dan wat je op het eerste gehoor zou bevroeden. En Johnny Rawls is daar een grootmeester in. Het typeert echte bluesmannen en -vrouwen ook dat ze alle muziek kunnen omtoveren tot een bluesnummer. Hier kregen we op die manier 'Beast Of Burden' (Stones) tegen ons verhemelte geplakt. Naar het einde van de eerste set toe, werd het allemaal wat lichtvoetiger. Johnny kondigde aan een 'smerig' liedje te zullen zingen en dat werd 'Can I Get It?', grotendeels gebracht zonder microfoon en al kuierend door het publiek. Voor de afsluiter van de set nam Johnny ook een gitaar ter hand voor een dolle medley van 'Johnny B. Goode', 'The Twist' en 'Whola Lotta Shakin' Goin' On'.

In de pauze maakten we een kort praatje met Johnny. We vertellen hem dat wanneer hij een smerig liedje aankondigde, wij stiekem hadden gehoopt op 'Lucy'. Een warme glimlach viel ons ten deel. "Second set", antwoordde hij. Erkan vertelde ons dat ze elk optreden ermee afsluiten. Die tweede set verliep qua opbouw grotendeels identiek aan de eerste. En voor we het vergeten, stippen we even aan dat toetsenman Elias Vollmer, hoewel hij niet in de blues is geworteld, de muziek van Rawls perfect aanvoelde en een aantal rake solo's heeft geponeerd. Deze keer was de instrumentale opener op de leest van Freddie King geschoeid, de vroege crowd pleaser was Stevie Ray Vaughans 'Pride And Joy' en de pure soul kregen we in 'Pouring Water On A Drawning Man' van James Carr. Laat Carr nu net één van de grootste soulzangers aller tijden zijn en je snapt meteen dat deze songkeuze vrij gewaagd was. Rawls' stem heeft een tikkeltje meer granule dan die van Carr, maar hij bracht het nummer op een zeer aanvaardbaar niveau. Net als in de eerste set, begon Johnny halverwege de tweede het publiek weer meer op te jutten. We hoorden een aanstekelijk funknummer over hoe hij alle hippe meiden binnendraait in zijn rode Cadillac en hij liet het publiek uit volle borst meejoelen in 'Got My Mojo Workin''. Kenan liet hierin trouwens tijdens zijn gitaarsolo een verduiveld fraaie tremolo horen.

Na een slowtje en nog een potje rock-'n-roll was hét moment van de waarheid aangebroken. De band zette het bezwerende soulbluesriffje in waarop we zaten te wachten – nummers als dit illustreren duidelijk waaruit de disco is ontstaan. Het quasi voltallige publiek veerde recht, opgehitst door koning Rawls, en sloeg aan het dansen. Johnny bracht zijn 'signature song' 'Lucy' op de bezwerende en betoverende manier die we van hem gewend zijn. Wie is Lucy, vraag je? Wel, dat is een bloedmooie meid, met haar goeie anderhalve meter ietwat aan de kleine kant, maar wel een vurig fuifbeest dat kan dansen als geen ander en wellicht nog veel meer. Zou ze de heetste slettebak van Purvis, Mississippi zijn? Zeker weten! In het refreintje laat Johnny niet zo heel veel aan de verbeelding over. "Lucy, uh, get juicy", zingt hij. Het vettige rijmpje bekt lekker, maar hij gaat verder: "Honey get on down" – op haar knieën dus – "and pop that touchey" (heb je'm?). Het dansende publiek liet het zich allemaal nietsvermoedend welgevallen en ook het bisnummer 'Nookie Nookie' slikten ze gewillig.

De allereerste passage van Johnny Rawls in de Banana Peel was een avondje entertainment pur sang. We zouden haast schrijven dat hij kwam, zag en overwon. Als een van de laatste echte vertolkers van de blues in Mississippi, die daarenboven een eigen unieke stijl ontwikkelde, is hij echter veel te goed om met zo'n goedkoop cliché te worden opgezadeld. Bedenk zelf maar eens iets. Wij zijn murw.


Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel