Gouvy Jazz & Blues Festival
Ferme Madelonne, Gouvy - zondag 4 augustus 2025

De liefhebber van bluesmuziek en aanverwanten komt in Vlaanderen behoorlijk aan zijn trekken en kan daarbij het hele land doorkruisen. Alhoewel - en we willen hier niet de communautaire tour opgaan - het hele land hangt er natuurlijk van af hoe je het land definieert. Vele liefhebbers doortrekken het Vlaanderenland maar komen minder ten zuiden van de taalgrens. Toegegeven, het aanbod is er niet zo rijkgevuld, maar toch zijn er een aantal clubs en festivals die het vermelden waard zijn. Voor de clubs denken we zo aan de Spirit of 66 in Verviers of La Bonne Source in Fleurus en we vergeten er zeker nog. Op het gebied van de festivals hadden we de teloorgegane festivals van Ecausinnes, Tamines of Court-Saint-Etienne. Een festival dat echter reeds 45 jaar bestaat is het Jazz en Blues Festival van Gouvy.

Onder het motto 'Gouvy is groovy' brengen de organisatoren jaarlijks gedurende het eerste weekend van augustus een gemengd aanbod van jazz en blues. In de huidige formule staat jazz op vrijdag en zaterdag op het menu en wordt de blues op zondag geserveerd. Dit alles in een atypische setting van de Ferme Madelonne. 'Blues op de boerderij' hoor ik jullie al zeggen, maar dat is een beetje kort door de bocht. Van landbouwactiviteiten is geen sprake meer maar de hoeve en het lichtglooiend en half bebost terrein errond geven dit festival een apart karakter. Geen sprake van een grote open ruimte, maar eerder een amalgaam van open plekken in het bos waarop een grotere en een kleinere tent alsook allerlei drank- en eetstandjes verspreid neergepoot zijn. Dit alles is verbonden door een wirwar van nauwe paadjes, die vrij glibberig worden eens het begint te regenen. In het hoofdgebouw van de vroegere hoeve is de Club ondergebracht met een klein podium waar doorheen het jaar regelmatig optredens worden georganiseerd. In de hoeve is ook een microbrouwerij gevestigd, die voor het lokale gerstenat zorgt. Tiens, waar hebben we dat nog gezien? Merken we nog op dat het festival slechts een beperkt aantal (kleinere) sponsors heeft. Tijdens het festival gaan de optredens door in de grote tent, een kleine tent en de club. Dat alles in een strak tijdschema waarbij de 'time slots' elkaar soms overlappen. Dit maakt het moeilijk om alles te zien, temeer doordat je je niet snel kan verplaatsen van het ene podium naar het andere, eens het festivalterrein is volgelopen.

Tot zover de setting. Het programma van dit jaar voorzag vanaf 16.00 u. acht verschillende groepen op de drie podia. Qua programmering volgt dit festival ook een enigszins ander pad dan de festivals in Vlaanderen of Nederland. Groepen uit Frankrijk of zuidelijk Europa komen hier meer aan bod. En dit jaar was dat geen uitzondering. Het publiek is een bonte mengelmoes aan leeftijden, uiterlijken en talen. Gezien de ligging van Gouvy in de noordoostelijke uithoek van de provincie Luxemburg, tegen het Groot-Hertogdom aan, hoeft dat laatste niet te verwonderen. Voornamelijk Waalse bezoekers, maar ook behoorlijk wat Nederlanders en Duitsers, terwijl we ook Plattdeutsch van de streek van Eupen horen of Letzeburgs. De Vlamingen kan je op je ene hand tellen…

Stipt om 16.00 u. wordt het festival geopend in de grote tent. Wie dacht dat de eerste groep op het programma alleen maar een publieksopwarmer was, had zich echt vergist. De laatkomers hadden duidelijk ongelijk. Nico Wayne Toussaint heeft er zin in en met een aanstekelijk enthousiasme begint hij aan een rollende set met voornamelijk eigen composities. De uit Frankrijk afkomstige man heeft energie te koop en zet geregeld zijn microstaander uit de weg. Naast de zang en het mondharmonicawerk hanteert hij bijwijlen ook de gitaar. Vlotjes praat hij zijn songs aan elkaar en mengt daarbij het Frans en het Engels; hij heeft soms moeite om te kiezen. Zijn Engels is trouwens quasi zonder accent. De man heeft namelijk familieconnecties in de VS en heeft een tijd in Fort Lauderdale, FL gewoond. Naast eigen nummers uit zijn talrijke langspeelplaten brengt Nico ook een nederige hommage aan meesters zoals James Cotton met 'Rocket 88' of Junior Wells met 'Come On In This House – If I Had A Million Dollar'. Geen blazerssectie maar een gerodeerd trio van uitstekende muzikanten staat hem bij. De scheurende harmonicasolo’s van Nico staan in contrast met de delicate touch van de gitarist. Michel Foizon is een gitarist zoals we ze graag zien en horen: met uitzondering van een kleine boosterpedaal, die hij nauwelijks gebruikt, is zijn Tele quasi rechtsreeks in een Fender Blackface Deluxe Reverb geplugd. Veel meer basic dan deze setup kan niet. Voor de rest doen zijn vingers het werk. Ook Romain Gratalon laat zich opvallen als een veelzijdige drummer die diverse technisch verfijnde roffels uit zijn drumstel kan toveren. Een geslaagde opener zouden we zo zeggen.

We maken een een kleine zijsprong naar de kleine tent, die genaamd is naar Henry Vestine, die voornamelijk bekend werd als een van de gitaristen van de groep Canned Heat. Voor wie wel eens naar Dr. Boogie op Classic 21 luistert op maandagavond zal deze naam zeker bekend klinken. Op het podium staan de Louvat Bros. Van boogie à la Canned Heat helemaal geen sprake hier. Ze brengen namelijk een eclectische mengeling van bluegrass, Indische muziek, jazz, klassieke muziek en Ierse folk. Daarbij hanteren deze muzikanten diverse instrumenten zoals banjo, akoestische gitaar, cither, basgitaar en Indische percussie. De band treedt op in de VS en Canada maar net zo goed in India en Europa. Hun vakkundig gebrachte wereldmuziek is hier een buitenbeentje en gaat een beetje verloren tussen al het geweld in de grote tent en de club.

Met Little Odetta krijgen we een tweede groep van bij de zuiderburen op het hoofdpodium. Als we het geweld in de grote tent al aanhaalden, dan was dit optreden daar het uitgelezen voorbeeld van. Vanaf de eerste minuut van het optreden duwt deze bluesrockgroep het gaspedaal volledig in om het gedurende het volgende uur nauwelijks nog los te laten. Audrey Lurie leidt de band. Ze is goed bij stem maar haar wulpse heupbewegingen zijn op het randje van het vulgaire. Als je dit combineert met het alomtegenwoordige bombastische gitaargeluid en een hard meppende rockdrummer, dan krijgen we een flashback naar het optreden van Beau Gris Gris op Hookrock dit jaar. En als ze dan al eens een zachtere powerballade inzetten, denk je even te kunnen verademen. Even toch, heel even. Zoals altijd is er een behoorlijk deel van het publiek dat een dergelijke wervelwind lust als zoete pap. Ons doet het meer denken aan dertien in een dozijn. In het bluesrockgenre zijn er toch wel betere bands.

We begeven ons opnieuw naar de club om een glimp op te vangen van de K-Pax Bluesband. Een half uur daarvoor was het gewoon onmogelijk om daar binnen te raken, zo vol zat de bar. Deze keer hadden we meer succes, alhoewel het toch nog drummen was. De K-Pax bluesband bestaat uit Rudy De Marie op gitaar en zang, aangevuld met de veteranenritmesectie van Marcus Weymaere aan de drums en Carlo Van Belleghem op de bas. Voor zover we kunnen vaststellen, beslaat de set een lange reeks covers van Stevie Ray Vaughan. De songs worden pretentieloos gebracht, meestal met een eigen twist en zonder ze noot voor noot na te spelen. We kunnen dit appreciëren want we hebben al meer SRV-imitatoren gezien die technisch gezien alles perfect kunnen naspelen – wat zeker een verdienste op zich is – maar bij wie de vibe ontbreekt.

Dan weer terug naar de grote tent. Op het podium heerst een gezellige drukte. B.B. & The Blues Shacks zijn zich aan het klaarmaken voor hun set met Bonita Niessen. De band hoeft reeds lang geen introductie meer en straalt ervaring uit. Dat merk je bijvoorbeeld als Andreas Arlt zijn gitaar inplugt in de Blackface Super Reverb, die de backlinefirma voor hem heeft klaargezet. Na enkele noten, met nare bijgeluiden, zet hij het ding hoofdschuddend terug af en laat zonder verwijl zijn eigen versterker aanrukken. Vorig jaar zagen we hier reeds hoe Anson Funderburgh tot drie (!) maal toe van versterker moest veranderen wegens hun gebrekkige kwaliteit. Shame, shame, shame. Op dit gebied willen ze hier blijkbaar niet leren. Bonita komt ook nog even haar micro testen en na tien minuten bestijgt de band het podium en kan de show beginnen. En wat voor een show. Het contrast met de vorige groep kon niet groter zijn. Vakkundig brengen de gebroeders Arlt de band op stoom met hun mix van blues en soul. Michael met zijn gedreven zang en Andreas met zijn authentieke en dynamische gitaarstijl. Na enkele nummers verschijnt Bonita in een prachtige outfit op het podium om het heft in handen te nemen. Dat doet ze zonder enig probleem. Haar stembereik is groot, ze zingt loepzuiver, en haar stem klinkt nu eens fluweelzacht dan weer grommend en donker, maar nooit schreeuwerig (of zelfs niet in de buurt). De band rijgt de songs moeiteloos aan elkaar. De zang en het harmonicaspel van Michael blijven wat meer op de achtergrond dan gewoonlijk want Bonita krijgt natuurlijk de hoofdrol. Maar die twee brengen een pare mooie zangduo’s zoals in 'Sure Cure For The Blues' of 'You Can’t Hide'. Onderweg houdt Bonita nog een vurig pleidooi voor livemuziek. We kunnen dat alleen maar onderschrijven. Voor Andreas is een glansrol weggelegd in het B.B. King-nummer 'Sweet Thing'. Hij laat zich inspireren door de meester, maar geeft een eigen invulling en meanderend stuwt hij zijn solo naar een climax. Het publiek geniet met volle teugen, en terecht!

Na de inwendige mens te hebben versterkt, proberen we ons terug een weg te banen naar de club, waar de Marc Libbrecht Band op de planken staat en we de laatste noten van zijn set opvangen. Marc Libbrecht is nog bekend van zijn groep TEX, waarbij de invloeden van SRV en Jimmy Hendrix nooit veraf waren. Afgaande op wat we hier konden hoorden, gaat het er nu wat diverser en gemoedelijker aan toe, met een eigen gitaargeluid.

Na het Duits intermezzo, gaat het in de grote tent terug richting zuid met de Spaanse band La Perra Blanco. De band staat onder leiding van Alba Blanco, die zang en gitaar combineert. La Perra Blanco betekent zoveel als de witte wijfjeshond – het woord teef(je) willen wijzelf niet gebruiken gezien de diverse mogelijke connotaties. Hoewel we wel benieuwd zijn wat Alba Blanco er zelf zo van denkt. Laat ons misschien wat andere woorden gebruiken om deze zangeres te typeren. Een aantal (te) evidente omschrijvingen komen in ons op: Spaanse furie, aanstormend jong bloed, een losgelaten stier in de arena… Men weze gewaarschuwd. Met een stevige boogie speelt de ritmesectie (de opvallende Guillermo Gonzales del Campo op bas en de veelzijdige Jesús Lopez Benitez op drums) de set op gang. Vervolgens komt Alba het podium opgelopen, gitaar in de hand en sigaret in de bek. Snel trekt ze nog eens aan haar sigaret, pulkt die vakkundig weg, plugt haar gitaar in en neemt naadloos het ritme van de song op. De toon is gezet. We krijgen een heel eigen en originele interpretatie van rock-'n-roll uit de jaren '50, hillbilly en rockabilly, of moeten we zeggen 'rockabilly on steroids'. In een ijltempo volgen de songs elkaar op en Alba weet van geen ophouden. Letterlijk en figuurlijk wild om zich heen schoppend, baant ze zich een weg over het podium of in het publiek. Met haar nogal rauwe vocale stijl zingt ze overtuigend haar eigen nummers, die dikwijls alluderen op rancune t.o.v. partner of ex, zoals in 'Treat Me (Like A Man Should Do)' of 'What's Wrong With You?' Al bij al was het een leuke uitsmijter om de optredens in de grote tent te beëindigen.

Op weg naar de uitgang komen we terug voorbij de club. Die zit opnieuw afgeladen vol, ditmaal voor The Zac Schulze Gang. Geen schijn van kans om binnen te raken. Ook hier heeft de band een schare trouwe fans en we gaan ervan uit dat Zac terug een energieke set bluesrock van de bovenste plank zal hebben neergezet. We zagen de groep vorig jaar nog in Wespelaar en onlangs op Hookrock en hebben voorlopig geen behoefte aan een extra portie. Daarenboven begon het langzaam maar zeker te regenen en wilden we niet hetzelfde als vorig jaar meemaken, toen we slechts met veel moeite van het glibberige parkeerterrein geraakten. Huiswaarts keren was het besluit.

Nog even meegeven dat net voor het laatste optreden in de grote tent de organisator van het festival, Claude Lentz, Claudy voor de intimi, een aankondiging kwam maken over de toekomst van het festival. Vanaf volgend jaar, indien het festival nog doorgaat, want dat is blijkbaar nog geen zekerheid, zou het gedeelte jazz beperkt blijven tot de vrijdag avond in de club terwijl het gedeelte blues naar twee dagen zou worden uitgebreid. Hopelijk in een minder strakke timing en/of een ruimere setting dan. In onze bescheiden mening zou het festival hier baat bij hebben.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout