Blaublues Festival
De Levaard, Haringe - 8 november 2025

Dit jaar waren we reeds in het uiterste noordoosten van Limburg in Kinrooi, au fin fond des Ardennes (Gouvy) en verschillende plekken daartussenin. Nu was het de gelegenheid om naar het uiterste Westen te trekken, naar Haringe. Bluesfestivals brengen een mens zowat doorheen het hele land. Deze keer dus geen 'mich' en 'dich' maar 'stûttn' en 'hoaringn', zonder dat we ook maar enige voorkeur hebben voor een van beide. Op het programma staat de 25ste editie van het Blaublues Festival in Haringe, op een steenworp van de schreve met Frankrijk. Voor de gelegenheid betrekken we een leuke kamer in een hotelletje onder de kerktoren, hoe kan het ook anders. Bij aankomst blijkt het de omgebouwde pastorij te zijn. Wat is dat toch dit jaar met bluesfestivals en pastorijen: eerst Edegem, daarna Schellebelle en nu Westvleteren. Terwijl we dan toch in de streek zijn, passeren we bij de gelijknamige paters om onze bestelling van het vermaarde vocht op te pikken, niet zonder eerst in de file te staan aan de abdij. Na deze verplichte passage kunnen we overgaan tot de orde van de dag. Organisatoren Jurgen Lahoutte en Geert Barbry hebben voor deze jubileumeditie van hun festival terug een beperkt maar interessant programma ineengestoken met voor elk wat wils.

Alice Armstrong mag de debatten openen. Vanaf het begin brengt ze eigen nummers zoals 'Scratching Wall Again' en 'Bombshell', die op blues zijn gebaseerd en waarin ze haar vocale talenten de vrije loop kan laten gaan. Volgt dan een Howlin' Wolf- / Willie Dixon-cover 'Built For Comfort', die haar op het lijf geschreven is. De set gaat verder met zelf gepende tracks, waar Alice nog een cover aan toevoegt, namelijk 'Bang Bang' van Cher. Als we deze set vergelijken met wat Armstrong ons serveerde op Swing 2024, dan is het duidelijk dat haar insteek is geëvolueerd. Een pak minder blues en een set die veeleer aanleunt bij bluesrock. De alomtegenwoordige gitarist zit hier zeker voor iets tussen. Daar waar we zijn voorhanger in Wespelaar prezen voor zijn adequate, veelal terughoudende gitaarstijl, gaat het er deze keer krachtiger aan toe. Het publiek vindt het anders best okay. In dichte drommen staat het aan het podium, wat trouwens het werk van de fotografen niet eenvoudig maakt. Het publiek bestaat voor 95% uit mensen van de streek, maar we ontwaren ook enkele toeschouwers uit Wespelaar en botsen op een paar copains die we reeds een veertigtal jaar geleden ontmoetten in het Limburgse. Het is een kleine wereld.

Met Mark Hummel & Anson Funderburgh krijgen we een bijzondere groep veteranen, want Bill Stuve en Wes Starr vervolledigen het kwartet. Alles opgeteld staat hier ettelijke decennia ervaring op de planken. Vanaf de instrumentale opener, met een lang uitgesponnen harmonicasolo, is het duidelijk wie er de plak zwaait in de band. Mark laat in een evenwichtige mix van eigen nummers en covers zijn kunnen op de mondharmonica horen. Zijn zang valt niet onmiddellijk in onze smaak – hij geeft ons de indruk van met de handrem op te zingen of 'en sourdine' – maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door zijn gesofisticeerd harmonicaspel, waarin hij zich met hart en ziel overgeeft. We denken hier bijvoorbeeld aan zijn solo in het nummer 'I'm Hooked' waarin hij in zijn typische hoofdschuddende stijl stevig uithaalt. Anson voegt er een aardig opgebouwde solo aan toe, zonder echter vonken los te slaan. Ook hier kunnen we het niet nalaten om de set te vergelijken met een vroeger optreden van dit heerschap, dat we konden meepikken in New York in 2014, op dat ogenblik nog met (Little) Charlie Baty. Toen veel knallende gitaren van de twee stergitaristen en Mark in een bescheidener rol. Nu Mark als de prominente frontman met Anson eerder op de achtergrond. Maar Anson schittert ook in de rol van sideman. Hij is deze keer niet uitgerust met zijn vertrouwde Stratocaster en een Super Reverb, maar speelt de set op een Fender Jazzmaster door een Fender Vibrolux met een externe reverb-tank. Wie denkt dat het materiaal er niet zo toe doet, krijgt hier het tegendeel te horen. Deze setup levert een meer ronde, minder bijtende sound. Het is trouwens een bewuste keuze, zo leert ons een praatje met de man na het optreden. Toegegeven, een beetje atypisch voor Anson, maar perfect passend voor de rol van begeleider, die hij zichzelf toemeet. Bill Stuve daarentegen gaat als een bezige bij te werk. Zijn vingers dartelen in uitgebreide baslijnen over zijn fretboard, een beetje in tegenstelling met wat Anson doet met zijn minimalistische aanpak. In de slowblues 'You're Breakin' My Heart' laat Anson zich dan toch eens gaan maar tijdens het bisnummer trekt Mark nog eens alle registers open en zet hij terug de puntjes op de i, niet dat er van enige concurrentie sprake is.

Na de veteranen brengt Selwyn Birchwood zijn eigentijdse kijk op de blues. Met een swingende instrumental opent hij zijn optreden en laat hij onmiddellijk zijn kunnen op de gitaar horen, inclusief met zijn tong. Vervolgens krijgen we een portie stevige funkblues met aanstekelijke ritmes, waarna hij het roer volledig omgooit met een John Lee Hooker-cover. Vervolgens gaat hij verder terug in de tijd, haalt hij de slide boven en brengt hij 'You Better Come On In My Kitchen' van Robert Johnson. Doorheen zijn songs klinkt steevast zijn ietwat rauwe stem op een gedragen wijze door. Maar... je zult het al hebben begrepen. Qua stijl valt de man moeilijk in één enkel doosje te duwen. Met zijn ongewone en dus originele mix van stijlen geeft hij duidelijk een eigen twist aan de blues, al brengt dat een beetje de samenhang van het optreden in het gedrang. Halverwege de set voegt zangeres Carly Harvey zich bij de band. Haar gemengde 'afro-american' en 'native american' roots vertaalt zich in haar benadering van de blueszang. Ze brengt verschillende funky nummers van haar laatste lp maar valt vooral op in de slowblues 'Misery' waarin Selwyn haar mooie zangpartij passend aanvult met een solo. In duet grabbelen ze nadien in de oude doos met een cover van 'Ain't Nobody's Business', waarna 'Little By Little' naadloos wordt ingezet als afsluiter van de set.

Net voor de laatste set van start gaat, worden de beide organisatoren uitgebreid in de bloemetjes gezet voor hun onverdroten inzet om dit festival reeds 25 jaar te runnen. Als laatste act krijgen we mijnheer Duracell van de blues. Nico Waine Toussaint staat gekend om zijn krachtige optredens met nimmer aflatende energie. Ditkeer treedt hij op in een big band-setting met een stevige blazerssectie, die vanaf de opener aan zet is. De set beslaat een breed gamma aan stijlen, nu eens een Bo Diddley-beat, dan weer meer funky of met een New Orleans-beat. James Cotton komt uitvoerig aan bod, hetzij onder de vorm van covers of via nummers,geschreven als hommage aan de man. Een constante doorheen de set is de tomeloze energie waarmee Nico het publiek met zijn zang en mondharmonicaspel op sleeptouw neemt. Hij is trouwens uitgedost in een kostuum en hemd met overmaatse kraagpunten. Een mens vraagt zich af waar ze die verkopen. Verder zouden we in feite liever hebben dat hij Frans spreekt tussen de songs. Bij het zingen valt het minder hard op, maar zijn accent doet wel een beetje afbreuk aan de authenticiteit. Even terug naar de band. Die heeft een goede algemene sound waarbij de gitarist en keyboardspeler voldoende ruimte krijgen om te soleren. Daarenboven is er de opvallende blazerssectie, die uitvoerig aan bod komt. Naar het einde van de set krijgen we een mooie solo van de trombonespeler. De schuiftrombone is een ongebruikelijk instrument in de blueswereld maar in feite uitermate geschikt om blue notes en andere glijdende effecten van de menselijke stem na te bootsen. Terwijl mondharmonicaspelers en gitaristen het moeten hebben van allerlei handigheden met de vingers, de tong, de mond, de snaren of de slide heeft de trombone met de 'ingebouwde' glissando een natuurlijk voordeel. Met een instrumentale uitsmijter en een zoveelste krachtige harmonicasolo worden zowel de set als het het festival afgesloten.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel